Van onze advocaat aandeelhouder. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 oktober 2017 uitspraak gedaan over wanbeleid in onderneming. De rechter benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening een bestuurder wegens de patstelling in de onderneming.

De advocaat van A heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de onderneming M Investments en de Dochtervennootschappen en dat gelet op de toestand van de vennootschappen onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. De bezwaren van A houden kort gezegd het volgende in:

Er bestaat een impasse in het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders van M Investments door het ontbreken van constructief overleg tussen A en C.

C onttrekt geld aan M Investments onder meer door een door M Holding eind 2016 aan C uitgekeerde tantième van € 900.000 ten laste te brengen van M Investments door een niet bestaande vordering van M Holding op M Investments op te voeren voor het zelfde bedrag ter zake van “provisiekosten” in verband met de verkoop door M Investments op 28 oktober 2014 van haar belang in ZBF. Voorts klaagt A over een onverklaarbare toename van de kosten van managementdiensten die door M Holding aan M Investments in rekening worden gebracht.

De verrekening van de schuld van C aan D van € 3,4 miljoen met de door D aan M Investments verschuldigde koopsom van de aandelen in Z, had moeten resulteren in een vordering van M Investments op C van € 3,4 miljoen. In plaats daarvan verkreeg M Investments slechts een vordering van € 2,4 miljoen op C (welke vordering M Investments vervolgens heeft overgedragen aan M Holding waarbij de koopsom in mindering is gebracht op de rekening-courantvordering van M Holding op M Investments). Daarnaast is onduidelijk of D voldoet aan zijn aflossingsverplichting ten aanzien van het resterende gedeelte van de koopsom.

In zijn hoedanigheid van bestuurder van M Investments weigert C toereikende informatie te verschaffen aan zijn medebestuurder A.

Het zonder vergoeding “verhangen” van de onderneming van B naar G is in strijd met het belang van B en M Investments.

Er doet zich belangenverstrengeling voor ten gunste van C onder meer doordat een aan M Investments toebehorend appartement zonder reële vergoeding aan hem in gebruik is gegeven.

Er doet zich een impasse voor rond het project B omdat daarvoor aanvullende financiering nodig is en aan A de informatie wordt onthouden die zij redelijkerwijs nodig heeft om zich daarover een oordeel te vormen. Indien daarvoor geen oplossing gevonden wordt, dreigt het project B voor M Deelnemingen verloren te gaan.

C onttrekt gelden aan S, een vennootschap met rendabel onroerend goed, ten behoeve van SO, een vennootschap met onrendabel onroerend goed. C heeft daarbij een tegenstrijdig belang omdat hij persoonlijk borg staat voor de schulden van SO.

De eerste tranche van € 1 miljoen van door B op grond van de vaststellingsovereenkomst van 4 december 2015 verschuldigde afkoopsom is ten onrechte niet ten goede gekomen aan M Investments.

C heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

Partijen hebben ter zitting gezamenlijk de Ondernemingskamer verzocht een onmiddellijke voorziening te treffen in de vorm van de benoeming van een tijdelijk bestuurder van M Investments met een beslissende stem binnen het bestuur, met zelfstandige vertegenwoordigingsbevoegdheid en met bepaling dat M Investments niet zonder deze tijdelijk bestuurder kan worden vertegenwoordigd. In het kader van dit gezamenlijke verzoek hebben partijen afgesproken dat J, adviseur van A, niet aanwezig zal zijn bij vergaderingen van het bestuur van M Investments.

Wanbeleid in onderneming. Benoeming bij wijze van onmiddellijke voorziening van een bestuurder

De Ondernemingskamer is met partijen van oordeel dat de gebrekkige wijze waarop het bestuur van M Investments (bestaande uit C en A) thans functioneert een gegronde reden is om aan een juist beleid een juiste gang van zaken te twijfelen. Ook onderschrijft de Ondernemingskamer de opvatting van partijen dat het belang van M Investments vergt dat een onmiddellijke voorziening als door partijen gezamenlijk verzocht wordt getroffen.

Zoals ter zitting met partijen is besproken is van de hierboven genoemde onderwerpen het project B de belangrijkste en meest urgente kwestie. Het project vertegenwoordigt een zeer aanzienlijk financieel belang en op korte termijn dient M Deelnemingen te voorzien in aanvullende financiering voor het project. Dit betekent dat het belang van M Investment en M Deelnemingen vergt dat een onmiddellijke voorziening wordt getroffen gericht op adequate besluitvorming door het bestuur van M Investments en M Deelnemingen.

Partijen hebben de Ondernemingskamer voorts verzocht de behandeling en beslissing van het verzoek voor het overige pro forma aan te houden voor de duur van drie maanden. Met partijen is afgesproken dat elk van partijen na afloop van deze termijn kan verzoeken de mondelinge behandeling voort te zetten, in welk geval de Ondernemingskamer daartoe een datum zal bepalen en partijen in de gelegenheid zal stellen zich voorafgaand aan de mondelinge behandeling schriftelijk uit te laten over ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan na de datum van de mondelinge behandeling op 5 oktober 2017.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over de procedure bij de Ondernemingskamer, over de geschillenregeling, over wanbeleid in een onderneming en het treffen van voorlopige voorzieningen door de Ondernemingskamer, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.