Van onze advocaat aandeelhouder. Het Gerechtshof Amsterdam heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over het beleid en de gang van zaken in een onderneming en tot het treffen van bepaalde onmiddellijke voorzieningen. Was sprake van wanbeleid in onderneming? Herfinanciering. Informatieverstrekking aan aandeelhouders.

De aandeelhouder heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de onderneming en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen.

Ter toelichting heeft de aandeelhouder naar voren gebracht dat de onderneming de minderheidsaandeelhouders niet op dezelfde wijze als de meerderheidsaandeelhouder heeft geïnformeerd over de herfinanciering, en de statuten en de bepalingen uit de aandeelhoudersovereenkomst schendt, een met het belang van de onderneming tegenstrijdig belang heeft bij de besluitvorming omtrent de herfinanciering, en de corporate governance structuur stelselmatig is afgebroken.

Wanbeleid in onderneming? Herfinanciering. Informatieverstrekking aan aandeelhouders.

De rechter oordeelt als volgt.

Naar de kern genomen betreffen de weergegeven bezwaren van de aandeelhouders de gang van zaken betreffende de herfinanciering van de onderneming. De aandeelhouder meent dat ten onrechte aan financiering door B de voorkeur is gegeven boven het financieringsplan van de aandeelhouders.

Ten aanzien van de klacht betreffende een tegenstrijdig belang van de bestuurder overweegt de Ondernemingskamer het volgende.

Het betoog van aandeelhouder dat de bestuurder in kort geding stelling heeft genomen tegen het investeringsplan van aandeelhouder is, wat er ook van zij, onvoldoende om een tegenstrijdig belang van de bestuurder uit af te leiden.

Voorts heeft de aandeelhouder niet weersproken dat de binnengekomen biedingen in september 2016 aan de banken zijn doorgestuurd. De stelling dat “het plan van aandeelhouder door bestuurder onder de pet is gehouden” is ook in het licht van de agendering van het plan voor de algemene vergadering van aandeelhouders op 28 november 2016, waartoe bestuurder op 27 oktober 2016 heeft opgeroepen, niet overtuigend. De Ondernemingskamer beoordeelt dit bezwaar als onvoldoende toegelicht.

De aandeelhouder heeft geklaagd dat de onderneming in de zomer van 2015 E wel, en de minderheidsaandeelhouders niet, heeft benaderd om de benodigde liquiditeit te verschaffen, dat de onderneming behoefte had aan eigen vermogen in plaats van achtergesteld vreemd vermogen, en dat de gekozen wijze van financieren in strijd is met het bepaalde in artikel 2.3 van de aandeelhoudersovereenkomst.

Aan deze stellingen gaat de Ondernemingskamer voorbij. Immers, de noodzaak van aanvullende financiering is onbetwist, de algemene vergadering van aandeelhouders heeft op 20 augustus 2015 overeenkomstig de statutaire regeling besloten tot de achtergestelde lening van E, en onvoldoende is gebleken dat de aandeelhouder bereid was om tijdig op – ten minste – vergelijkbare voorwaarden aanvullende financiering te verschaffen.

Voor zover het betoog van aandeelhouder inhoudt dat aan hen informatie is onthouden, stelt de Ondernemingskamer het volgende voorop.

Iedere aandeelhouder heeft het recht om in de algemene vergadering van aandeelhouders vragen te stellen en (het bestuur van) de vennootschap is in beginsel gehouden die vragen te beantwoorden.

Daarbuiten hebben de aandeelhouders geen recht op het verstrekken van door hen afzonderlijk verlangde informatie.

Tegen de achtergrond van dit uitgangspunt heeft de aandeelhouder naar het oordeel van de Ondernemingskamer onvoldoende toegelicht dat de informatievoorziening aan de minderheidsaandeelhouders gebrekkig is geweest.

Immers, de onderneming heeft de volgende documentatie gestuurd aan de aandeelhouders: op 25 maart, 18 april, 18 mei, 28 juni, 20 juli, 24 augustus, en 29 september 2016 telkens maandrapportages, op 18 april 2016 de financiële rapportage van het bankensyndicaat, op 31 augustus 2016 de bieding van ACE en de bieding van Delta Lloyd, op 6, 9 en 15 september de vendor due diligence rapporten van Stibbe en Deloitte, op 27 oktober 2016 de binding term sheet, en op 11 november 2016 een concept refinancing term sheet met de banken.

Voorts heeft zij aandeelhouder op 8 februari 2016 het transitieplan gezonden. Op 7 november 2016 heeft ze hem de financieringsuitvraag gestuurd alsmede bericht over de verlenging van de kredietfaciliteit door het bankensyndicaat. Dat de aandeelhouder desalniettemin informatie is onthouden waar zij als aandeelhouder aanspraak op hadden is naar het oordeel van de Ondernemingskamer niet gebleken.

De klacht betreffende schending van statuten en aandeelhoudersovereenkomst komt – samengevat – erop neer dat de onderneming in de onderhandelingen met ACE en Delta Lloyd verregaande zeggenschapsrechten aan ACE in het vooruitzicht heeft gesteld.

Daargelaten of de aangevoerde schending van de aandeelhoudersovereenkomst twijfel aan een juist beleid van de onderneming kan opleveren, kan naar het oordeel van de Ondernemingskamer in het midden blijven of de onderneming aan ACE (en Delta Lloyd) toezeggingen heeft gedaan die zich niet laten verenigen met de aandeelhoudersovereenkomst. Voor zover enige onvolkomenheid op dit punt dreigde, gaat de Ondernemingskamer ervan uit dat die dreiging is afgewend, aangezien uit de mededeling van ACE van 27 november 2016 en de nadere toelichting daarop van de onderneming ter terechtzitting blijkt dat ACE zich aan de aandeelhoudersovereenkomst zal houden.

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer is voorts van schending van de statuten niet gebleken, zodat de stellingen van de aandeelhouder ook in zoverre niet leiden tot twijfel aan een juist beleid.

De vergadering van aandeelhouders heeft financiering door ACE en Delta Lloyd verkozen boven financiering door de aandeelhouder. Van omstandigheden ten aanzien van dat besluit die twijfel oproepen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken is naar het oordeel van de Ondernemingskamer ook voor het overige niet gebleken. Zulks geldt te minder, gelet op het verschil in verwatering tussen enerzijds het financieringsvoorstel van de aandeelhouder en anderzijds de voorstellen van ACE en Delta Lloyd en op de mogelijkheid die aandeelhouder in het plan van ACE en Delta Lloyd had om door deel te nemen aan de financiering verwatering te voorkomen (“pay or dilute”).

Met de aandeelhouder stelt de Ondernemingskamer vast dat de governance van de onnderneming te wensen over heeft gelaten. Vanaf december 2015 heeft een functionerende raad van commissarissen ontbroken. De aandeelhouder heeft voorts onbestreden geklaagd dat sinds 2010 op de onderneming het structuurregime van toepassing is, maar dat de onderneming haar statuten niet heeft aangepast en geen opgave aan het Handelsregister heeft gedaan. Dat de governance bewust en stelselmatig is afgebroken, zoals de aandeelhouder heeft betoogd, heeft de Ondernemingskamer evenwel niet kunnen constateren.

Daarnaast is ter terechtzitting gebleken dat de omissies betreffende het structuurregime sinds de afronding van de herfinanciering in december 2016 zijn hersteld en dat maatregelen zijn getroffen om op korte termijn tot benoeming van commissarissen te komen. Voorts is in februari 2017 C als tweede bestuurder benoemd.

Bij die stand van zaken acht de Ondernemingskamer de gebreken die zich hebben voorgedaan op het gebied van de governance onvoldoende voor het oordeel dat getwijfeld moet worden aan juist beleid van de onderneming.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het ondernemingsrecht, over aandeelhouders of de aandeelhoudersvergadering, over de statuten van de onderneming, over wanbeleid in een bedrijf of onderneming of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.