Van onze advocaat aandeelhouder. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 25 juli 2017 uitspraak gedaan over het belang bij een vordering tot vernietiging van een bestuursbesluit vanwege het ontbreken van de statutair vereiste goedkeuring van aandeelhouders.
De grief betreft de vordering tot nietigverklaring, althans vernietiging van de bestuursbesluiten tot beëindiging van de managementovereenkomst, het leggen van de conservatoire beslagen en het aanhangig maken van de onderhavige procedure. De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen op de grond dat de vordering redelijk belang mist. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt weliswaar niet klip en klaar dat de besluiten ter goedkeuring aan de aandeelhouders zijn voorgelegd, maar wel dat bestuurder A de vrije hand heeft gekregen om het conflict met X te beëindigen en dat de in dit verband door A te nemen besluiten hoe dan ook niet zouden worden teruggedraaid. Bovendien, zo vervolgt de rechtbank, werkt de geldigheid van de interne besluitvorming niet door in de gebondenheid van de rechtspersoon aan de daarop gebaseerde externe rechtshandelingen.
De curator betoogt met de grief dat uit de e-mail van 25 september 2014 blijkt dat A juist niet kon rekenen op goedkeuring van de aandeelhouders en dat de besluiten niet ter goedkeuring aan de aandeelhouders zijn voorgelegd. Ook indien het beroep op vernietiging van de besluiten zou stranden wegens het ontbreken van een redelijk belang, laat dit onverlet dat de rechtbank niet is ingegaan op de stelling dat het besluit tot het leggen van beslag en het entameren van de bodemprocedure is onderworpen aan de toestemming van de aandeelhouders. De curator doet in dit verband een beroep op de statuten van de onderneming B en op de aandeelhoudersovereenkomst op het niveau van B Group Holding die volgens de curator doorwerkt op het niveau van B. Onvoldoende gemotiveerd is bovendien het oordeel dat de geldigheid van de interne besluitvorming niet doorwerkt in de verhouding jegens derden. Voorts wordt met de grief betoogd dat de rechtbank heeft nagelaten de besluiten te toetsen aan artikel 2:8 en artikel 6:162 BW.
Vertegenwoordiging van de onderneming door de bestuurder
Ingevolge artikel 2:240 BW is A als bestuurder van B bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. Deze bevoegdheid is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. Uit de wet vloeit niet voort dat het ontbreken van statutair vereiste AVA-goedkeuring van bestuursbesluiten de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur beperkt. Het oordeel van de rechtbank dat de (on)geldigheid van de interne besluitvorming niet doorwerkt in de gebondenheid van de rechtspersoon aan de daarop gebaseerde externe rechtshandelingen is daarom juist (behoudens uitzonderlijke omstandigheden die zijn gesteld noch gebleken; HR 17 december 1982, NJ 1983, 480). Dit brengt mee dat in het midden kan blijven of in de e-mail 25 september 2014 besloten ligt dat A kon rekenen op goedkeuring van de aandeelhouders.
Vereiste goedkeuring van aandeelhouders
Het betoog dat de besluiten op grond van de aandeelhoudersovereenkomst van B Group Holding aan de goedkeuring door aandeelhouders hadden moeten worden onderworpen faalt op dezelfde grond, alsmede op grond van het feit dat B bij deze overeenkomst geen partij is. Evenmin als X c.s. kan de curator aan deze overeenkomst rechten jegens B ontlenen.
In het licht van het voorgaande had het op de weg van de curator gelegen om te onderbouwen waarom hij niettemin belang heeft bij een vordering tot nietigverklaring, althans tot vernietiging van de besluiten. Dat heeft hij ook in hoger beroep nagelaten. Evenmin heeft de curator onderbouwd dat de besluiten strijdig zijn met artikel 2:8 BW en artikel 6:162 BW. In het bijzonder heeft hij niet toegelicht of de desbetreffende statutaire bepalingen strekken tot bescherming van de belangen van X c.s.
Met de volgende grief komt de curator op tegen het oordeel van de rechtbank ter zake van de stelling van X c.s. dat de overeenkomst tussentijds niet kon worden beëindigd, althans dat deze op onrechtmatige wijze is opgezegd. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake is van een overeenkomst van opdracht voor onbepaalde tijd. X c.s. heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om te oordelen dat de overeenkomst was aangegaan voor bepaalde tijd. Hetzelfde geldt voor het verwijt dat de opzegging onrechtmatig, althans in strijd met in artikel 2:8 BW was, aldus de rechtbank.
De grief betoogt dat het besluit tot beëindiging op grond van artikel 11 lid 8 van de statuten had moeten worden goedgekeurd door de algemene vergadering. De opzegging van de managementovereenkomst moet volgens de curator worden gelijkgesteld met de opzegging van een arbeidsovereenkomst, zodat het besluit daartoe was onderworpen aan de goedkeuring van de algemene vergadering.
Daargelaten dat de curator niet onderbouwt dat deze intern werkende statutaire goedkeuringsregeling doorwerkt in de verhouding tussen B en X c.s., faalt dit betoog op de omstandigheid dat een managementovereenkomst niet hetzelfde is als een arbeidsovereenkomst. In het belang van duidelijke verhoudingen binnen de vennootschap op het punt van de bevoegdhedenverdeling ziet het hof geen aanleiding om artikel 11 lid 8 van de statuten naar analogie ook toe te passen op de beëindiging van een managementovereenkomst.
Voorts betoogt de grief dat de overeenkomst niet tussentijds opzegbaar was. Dit zou volgen uit artikel 10 van de aandeelhoudersovereenkomst op het niveau van B Group Holding. Partijen bij die overeenkomst committeren zich om ten minste drie jaar ingaande op 1 juli 2013 aan de vennootschap verbonden te zullen blijven en gedurende deze periode geen managementovereenkomsten te zullen beëindigen. In het licht van doel en strekking van deze bepaling zou een opzegtermijn tot 1 juli 2016 moeten worden aangehouden, aldus steeds de curator.
Dit betoog faalt reeds op de grond dat B geen partij is bij deze overeenkomst zodat de curator in de verhouding tot B hieraan geen rechten kan ontlenen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over aandeelhouders in het ondernemingsrecht, de aandeelhoudersvergadering, de goedkeuring van besluiten door aandeelhouders of over de vertegenwoordiging van de onderneming door een bestuurder, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.