Van onze advocaat aandeelhouder. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 9 januari 2018 uitspraak gedaan over een verzoek tot herziening.

Klager als bestuurder en enig aandeelhouder heeft met zijn betoog enkel beoogd om opnieuw een discussie te voeren over het handelen van de notaris. Hiervoor is het bijzondere rechtsmiddel van herziening echter niet bedoeld.

Klager is bestuurder en enig aandeelhouder van BV X. In 2008 heeft BV X zich jegens BV Y verbonden in termijnen een bedrag te investeren van maximaal € 3.000.000,-.

Daarbij heeft BV X aan BV Y zekerheidsrechten verstrekt, onder meer op diverse onroerende zaken.

In oktober 2011 is de notaris in opdracht van BV Y overgegaan tot executoriale verkoop van de onroerende zaken waarop ten behoeve van BV Y een recht van hypotheek was gevestigd, een en ander in verband met beslaglegging door derden.

Verzoekers hebben verzocht om herziening van de beslissing van het hof van 16 december 2014, omdat, kort gezegd, zich volgens hen nieuwe gezichtspunten hebben voorgedaan die tot herziening van deze beslissing zouden moeten leiden. In de kern hebben verzoekers aan hun herzieningsverzoek het volgende ten grondslag gelegd.

Het door verzoekers aan hun verzoek ten grondslag gelegde nieuwe feit ( ‘novum’) bestaat uit hetgeen volgens hen blijkt uit het vonnis van 23 mei 2011 van de rechtbank van koophandel van het arrondissement Tongeren te België en de twee bankhypotheken ten behoeve van BV Y, gedateerd 17 mei 2010 en 9 mei 2011.

Veilen op basis van deze twee bankhypotheken is niet mogelijk, aangezien de hypotheekhouder met een dergelijke hypotheek geen recht van parate executie heeft. Ook kan, aldus verzoekers, een notaris niet tot executie overgaan op uitsluitend een bankhypotheek, aangezien hij daarmee niet naar een gerechtsdeurwaarder kan. Verzoekers wijzen in dit verband op een uitspraak van de Hoge Raad van 8 februari 2013 (JOR 2013, 126, Rabobank/Donselaar). Volgens verzoekers had BV Y verder uit hoofde van voormeld vonnis uit Tongeren een vordering, maar is verzuimd een exequatur aan te vragen. Op grond van enkel het Belgische vonnis kon niet worden geëxecuteerd in Nederland, aangezien daarin het verzoek om het vonnis te waarmerken als Europese executoriale titel is afgewezen.

Verder stellen verzoekers dat de door de notaris opgestelde akte van levering van 6 april 2011 niet juist is. De notaris heeft in die akte een bankhypotheek (die van 17 mei 2010) verward met een hypothecaire geldlening.

Verzoek tot herziening

De rechter stelt het volgende voorop.

Volgens vaste rechtspraak (zie onder andere GHAMS:2012:BV6394, GHAMS:2012:CA2559 en GHAMS:2016:5292) kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden beslissing worden herzien op grond van nauwkeurig omschreven feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; bij verzoek(st)er vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn; ingeval zij bij de tuchtrechter vóór de uitspraak bekend zouden zijn geweest, het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat de tuchtrechter tot een andere beslissing zou zijn gekomen.

Deze vereisten zijn cumulatief.

Daarnaast geldt dat de beslissing in kracht van gewijsde moet zijn gegaan en voorts dat het verzoek tot herziening dient te worden gedaan binnen een redelijke termijn na het bekend worden bij verzoek(st)er van de (nieuwe) feiten of omstandigheden, terwijl het verzoek eveneens zal moeten voldoen aan het bepaalde in artikel 107 lid 2 van de Wet op het notarisambt.

In hetgeen bestuurder en enig aandeelhouder bij zijn verzoek om herziening naar voren heeft gebracht, liggen naar het oordeel van de rechter geen feiten of omstandigheden besloten zoals hierboven bedoeld. Klager heeft met zijn betoog enkel beoogd om opnieuw een discussie te voeren over het handelen van de notaris tijdens en na de executieveiling van 11 oktober 2011. Hiervoor is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening echter niet bedoeld. Het herzieningsverzoek dient dan ook te worden afgewezen.

Hetgeen klager verder nog naar voren heeft gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. De rechter verklaart BV X in haar herzieningsverzoek niet-ontvankelijk en wijst het herzieningsverzoek van klager af.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over zekerheidsstelling in het ondernemingsrecht, over bestuurders en aandeelhouders in het ondernemingsrecht, over de zorgplicht van de notaris of over de herziening van een vonnis, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.