Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 18 juni 2019 uitspraak gedaan over de vraag of een duurovereenkomst rechtsgeldig was opgezegd.

Samenwerkingsovereenkomst. Duurovereenkomst. Duurovereenkomst rechtsgeldig opgezegd? Opzegging samenwerkingsovereenkomst.

De rechter oordeelt als volgt.

Of en zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud ervan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.

Indien, zoals hier, wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is.

De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat (Hoge Raad, 3 december 1999, HR:1999:AA3821 (Maison Louis Latour/P. de Bruijn Wijnkopers).

Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (Hoge Raad, 28 oktober 2011, HR:2011:BQ9854, SNU-Stedin/gemeente de Ronde Venen).

Het voorgaande neemt niet weg dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar kan zijn.

De stelplicht en bewijslast op dat punt rusten op degene die betoogt dat zodanige overeenkomst niet opzegbaar is (Hoge Raad, 15 april 2016, HR:2016:660 (Gooisch Natuurreservaat c.s./gemeente Amsterdam).

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de samenwerkingsovereenkomst met addendum is te kwalificeren als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

In de schriftelijke vastlegging van de samenwerkingsovereenkomst is niet opgenomen dat deze onopzegbaar is.

Volgens de advocaat van S is de overeenkomst onopzegbaar omdat deze dient voort te duren zolang appellante provisie ontvangt.

Zoals hiervoor is overwogen, is het uitgangspunt dat iedere duurovereenkomst in beginsel opzegbaar is en dat dit beginsel uitzondering lijdt wanneer er, kort gezegd, concrete aanwijzingen zijn dat partijen dit hebben willen uitsluiten.

Uit de stellingen van S volgt dit laatste niet. Haar stelling lijkt louter te zijn gebaseerd op de eigen conclusie dat een afspraak om bepaalde opbrengsten te delen niet kan worden opgezegd zolang die opbrengsten worden genoten.

Dat is echter te weinig om te kunnen aannemen dat de deelnemers aan de Coalitie de opzegging ook hebben willen uitsluiten.

Concrete aanwijzingen dat zij dit zo hebben willen afspreken, zijn niet gesteld of gebleken.

Aan het bewijsaanbod van S dat het de partijbedoeling is geweest dat de samenwerkingsovereenkomst onopzegbaar zou zijn, gaat het hof dan ook voorbij.

Wat betreft de vraag of de overeenkomst kan worden opgezegd, is het volgende van belang.

In juli 2007 hebben de leden van de Coalitie afgesproken dat zij de door appellante van Agis te ontvangen provisies zullen delen.

Wat daar precies de achtergrond van is geweest, is onduidelijk gebleven.

Aangenomen mag immers worden dat S door haar opdrachtgever voor haar marketingwerk indertijd zal zijn betaald.

Waarom zij zou moeten delen in de provisie die appellante voor haar werk als assurantietussenpersoon van de verzekeraar ontvangt, is niet aanstonds helder.

Er lijkt in ieder geval geen sprake te zijn van het terugverdienen van gedane investeringen door S of van een vergoeding voor werkzaamheden.

Wel heeft zij volgens haar eigen stelling in verband met de samenwerkingsovereenkomst in 2014 nog een bedrag betaald vanwege de kosten voor de omzettingscampagne die nog moeten worden terugverdiend, maar die kosten hebben geen direct verband met de oorspronkelijke afspraak uit 2007 om de provisies te delen.

Ook staat vast dat Delta Lloyd haar eigen marketing verzorgt en dat in zoverre van S ook na de overgang van Agis/Zilveren Kruis naar Delta Lloyd in 2015 dus geen inspanningen worden gevraagd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat contractenrecht over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders, over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht of over een duurovereenkomst, belt u dan gerust onze advocaat contractenrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het contractenrecht of het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.