De Advocaat-Generaal bij Parket bij de Hoge Raad heeft op 13 maart 2020 in een conclusie het afleggen van rekening en verantwoording besproken bij een overeenkomst van opdracht.

Overeenkomst van opdracht. Rekening en verantwoording. Verantwoordingsplicht. Informatieplicht.

De A-G concludeert het volgende.

Artikel 7:403 BW luidt:

1. De opdrachtnemer moet de opdrachtgever op de hoogte houden van zijn werkzaamheden ter uitvoering van de opdracht en hem onverwijld in kennis stellen van de voltooiing van de opdracht, indien de opdrachtgever daarvan onkundig is.

2. De opdrachtnemer doet aan de opdrachtgever verantwoording van de wijze waarop hij zich van de opdracht heeft gekweten. Heeft hij bij de uitvoering van de opdracht ten laste van de opdrachtgever gelden uitgegeven of te diens behoeve gelden ontvangen, dan doet hij daarvan rekening.

De in het eerste lid bedoelde informatieplicht van de opdrachtnemer is een uitwerking van de algemene zorgplicht uit artikel 7:401 BW.

Het waarborgt de goede communicatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en omvat in het bijzonder de mogelijkheid tot verdere aanwijzingen (en nadere wilsvorming) van de opdrachtgever bij de uitvoering van de opdracht.

De omvang van de informatieplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

In het algemeen zal de opdrachtnemer minder informatie mogen verstrekken wanneer met de opdracht een concreet doel wordt nagestreefd dan in het geval sprake is van een opdracht tot belangenbehartiging, zoals bij onbepaalde instructies voor beroepsbeoefenaren.

In het laatste geval zal de opdrachtnemer vaker verplicht zijn tot waarschuwen in plaats van zuiver informeren.

De opdrachtgever mag de opdrachtnemer niet onredelijk belasten en zal zich bij het opvragen van informatie moeten beperken.

De opdrachtnemer doet de benodigde inlichtingen en mededelingen zowel tussentijds als na voltooiing van de werkzaamheden en zowel op verzoek van de opdrachtgever als spontaan.

De opdrachtnemer is volgens het eerste lid van art. 7:403 BW tevens verplicht de opdrachtgever onverwijld te informeren over de voltooiing van de opdracht indien de opdrachtgever daarvan onkundig is.

Het einde van de opdracht is het moment waarop de opdrachtgever kan controleren of de opdracht goed is uitgevoerd.

Vanaf dit moment kan en moet hij eventuele bezwaren kenbaar maken.

De opdrachtgever kan op dat moment ook om afgifte van de stukken (art. 7:412 BW) en om rekening en verantwoording krachtens art. 7:403 lid 2 BW verzoeken.

Op grond van art. 7:403 lid 2 BW doet de opdrachtnemer aan de opdrachtgever verantwoording van de wijze waarop hij zich van de opdracht heeft gekweten en rekening van de bij de uitvoering van de opdracht ten laste van de opdrachtgever uitgegeven gelden of ten behoeve van de opdrachtgever ontvangen gelden.

Om aan de verantwoordingsplicht te (kunnen) voldoen zal de opdrachtnemer zo nodig (bewijs)stukken moeten bewaren.

Bepaalde opdrachtnemers zijn wettelijk verplicht tot het bijhouden van een dossier.

De verantwoordingsplicht heeft een andere en verdergaande strekking dan de uit het eerste lid voortvloeiende informatieplicht.

De verantwoordingsplicht strekt ertoe het evenwicht tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te herstellen door de opdrachtgever de mogelijkheid te bieden controle uit te oefenen over de werkzaamheden die ter uitvoering van de opdracht zijn verricht.

De opdrachtnemer moet openheid van zaken geven door (financiële) verantwoording af te leggen over hetgeen hij heeft verricht.

Hij moet verklaren op welke wijze hij te werk is gegaan, en eventueel ook dat hij met zijn werkzaamheden het voor de opdrachtgever best haalbare resultaat heeft bereikt.

Dit kan beteken dat inzicht moet worden geboden in alle werkzaamheden die uit de opdracht voortvloeien.

Naar mate voor de opdrachtgever duidelijker is welke werkzaamheden met de opdracht gemoeid zijn, bestaat aan dergelijke informatie en verantwoording minder behoefte.

Hoewel dit niet met zoveel woorden in art. 7:403 lid 2 BW is bepaald, volgt uit art. 7:401 BW dat de opdrachtgever gehouden is tot het doen van verantwoording voor zover dat redelijk is.

Dit zal afhangen van de aard van de opdracht en de overige omstandigheden van het geval.

Daarom geldt niet bij elke opdracht een(zelfde) verantwoordingsplicht.

De rekenplicht houdt in dat verantwoording moet worden gedaan van de ontvangen inkomsten en gedane uitgaven.

Deze gehoudenheid tot financiële verantwoording is een voorbeeld van de gevallen waarin tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden.

De opdrachtnemer onderbouwt een gespecificeerde opgave van inkomsten en uitgaven zo nodig met bewijsstukken (boekhouding, facturen, bankafschriften).

De inhoud van de rekenplicht hangt af van de aard van de (zakelijke) rechtsverhouding en de omstandigheden van het geval.

Het is ook mogelijk dat er bij een concrete opdracht geen rekenplicht op de opdrachtnemer rust.

Wat betreft de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de reken- en verantwoordingsplicht geldt het volgende.

Het ligt in beginsel op de weg van de opdrachtgever die nakoming van de reken- of verantwoordingsplicht vordert om die feiten en omstandigheden die hij ter ondersteuning van zijn vordering stelt, te bewijzen.

Indien de opdrachtnemer ter betwisting daarvan feiten en omstandigheden aanvoert die tot de conclusie zouden moeten leiden dat geen sprake is van een rekening- en verantwoordingsplicht of van een beperktere rekening- en verantwoordingsplicht dan door de opdrachtgever wordt bepleit, dan rust op de opdrachtnemer daarvan niet de bewijslast.

Indien de opdrachtnemer zich echter tegenover de vordering van de opdrachtgever tot het afleggen van rekening en verantwoording erop beroept dat er afwijkende afspraken zijn gemaakt waaruit een minder vergaande of wellicht zelfs helemaal geen rekening- en verantwoordingsplicht voortvloeit, dan is aannemelijk dat het beroep op een dergelijke van het regelend recht van art. 7:403 lid 2 BW afwijkende afspraak moet worden gekwalificeerd als een (bevrijdend) verweer, waarvan de opdrachtnemer de stelplicht en bewijslast heeft.

Indien de opdrachtnemer zich tegenover deze nakomingsvordering van de opdrachtgever op het standpunt stelt dat hij aan zijn rekening- en verantwoordingsplicht heeft voldaan, heeft de opdrachtnemer daarvan de bewijslast.

Indien de vordering van de opdrachtgever is gebaseerd op een tekortkoming in de nakoming van de plicht om rekening of verantwoording af te leggen, rust op de opdrachtgever niet alleen de stelplicht en de bewijslast van het bestaan (en eventueel de omvang) van de verantwoordingsplicht van de opdrachtnemer, maar ook van het feit dat de opdrachtnemer daaraan niet heeft voldaan.

Omdat de gegevens omtrent de vermeende tekortkoming bij uitstek in het domein van de opdrachtnemer liggen, kan in een dergelijk geval worden betoogd dat de opdrachtnemer niet kan volstaan met een eenvoudige ontkenning van de door de opdrachtgever gestelde tekortkoming, maar dat op hem een verzwaarde motiveringsplicht ter zake van zijn verweer rust.

Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad geldt overigens, zowel bij een nakomingsvordering als bij een op een tekortkoming gebaseerde vordering, in verband met de rekenplicht een bijzondere regel van bewijslastverdeling.

Art. 7:403 lid 2 BW brengt met zich dat, indien een opdrachtgever aan een opdrachtnemer gelden verschaft en de opdrachtnemer zich jegens de opdrachtgever erop beroept dat hij over die gelden heeft beschikt overeenkomstig het doel waarvoor ze aan hem zijn verschaft, de opdrachtnemer de daartoe door hem gestelde feiten dient te bewijzen.

Wilt u de gehele conclusie bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat contractenrecht over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over de overeenkomst van opdracht, of over andere bijzondere overeenkomsten, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders, over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat contractenrecht of ondernemingsrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het contractenrecht, bezoek dan onze website over het contracten- en ondernemingsrecht. Klik dan hier.