Van onze advocaat contracten ondernemingsrecht. Op 16 maart 2017 heeft de Rechtbank Overijssel uitspraak gedaan over de wijze waarop een statutair bestuurder ontslag dient te worden verleend.

Ontslag van een statutair bestuurder

De vennootschapsrechtelijke en arbeidsrechtelijke positie van de statutair directeur is een bijzondere. De bevoegdheid tot ontslag ligt exclusief bij de aandeelhouders. De bestuurder kan door de aandeelhouders (AvA) rechtsgeldig worden ontslagen (artikel 6: 671 lid 1 onder e BW).

De statutair directeur kan dan ook niet herstel van de arbeidsovereenkomst bij de rechter vorderen indien hij van oordeel zou zijn dat het ontslag onrechtmatig of op onjuiste gronden is verleend (artikel 2: 244 lid 3 BW).

In zoverre staat het de aandeelhouders dan ook vrij om de band met de bestuurder  met onmiddellijke ingang te beëindigen. Die beëindiging impliceert tevens de beëindiging van de arbeidsrelatie met de statutair directeur (HR 15 april 2005, JOR 2005, 144 en JOR 2005, 145). Dit is slechts anders indien er sprake is van een wettelijk opzegverbod, hetgeen aan de orde zou kunnen zijn indien ziekte van de bestuurder aan het ontslag in de weg zou kunnen staan.

De rechtbank concludeerde derhalve dat zowel het statutaire directeurschap als de arbeidsverhouding van de bestuurder bij de onderneming tot een rechtsgeldig einde was gekomen.

Dit laat vanzelfsprekend onverlet dat aan de bestuurder voor het overige in beginsel die arbeidsrechtelijke acties openstaan die de wet hem biedt. Het ontslag met onmiddellijke ingang impliceert dat aandeelhouders de opzegtermijn hebben gepasseerd. De loonvordering over de opzegtermijn als bedoeld in artikel 7: 672 lid 9 BW kan daarin voorzien. Die vordering impliceert dat kan worden getoetst of er al dan niet voldoende redenen waren voor een onmiddellijke beëindiging van het dienstverband.

Bovendien is er de specifieke voor de statutair directeur geschreven bepaling van artikel 7: 682 lid 3 BW die aan hem de mogelijkheid biedt tot het vorderen van een billijke vergoeding indien opzegging heeft plaatsgevonden zonder redelijke grond als bedoeld in artikel 7: 669 lid 3 BW of indien de opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.

Heeft u vragen over de bestuurder in het ondernemingsrecht, het ontslag van een bestuurder of over bestuurdersaansprakelijkheid, belt u dan gerust onze advocaat contracten ondernemingsrecht op 020-3980150.