Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft enige tijd geleden uitspraak gedaan over de vraag of een aandeelhoudersbesluit nietig was in verband met de uitkering van dividend.

De curatoren hebben gevorderd om voor recht te verklaren dat de vermeende aandeelhoudersbesluiten van 1 december 2008, 15 mei 2009, 6 augustus 2009 en 7 augustus 2009 nietig zijn, alsmede dat alle daarop gebaseerde dividenduitkeringen eveneens nietig zijn, alsmede, voor zover nodig, dat de vermeende aandeelhoudersbesluiten van 6 en 7 augustus 2009 geen bekrachtiging inhouden ex artikel 2:14 BW en dat daaraan terugwerkende kracht kan worden verleend, zodat daarmee het vermeende aandeelhoudersbesluit met 1 december 2008 als datum niet als gesauveerd kan worden beschouwd.

Nietig aandeelhoudersbesluit? Goedkeuringsvereiste. Dividendbesluit. Bestuurdersaansprakelijkheid?

De rechter oordeelt als volgt.

Een besluit van een orgaan van een vennootschap is op grond van artikel 2:14 BW nietig indien het in strijd is met de wet of de statuten.

Dat daarvan ten aanzien van de door de curatoren gestelde aandeelhoudersbesluiten sprake is, hebben de curatoren onvoldoende gemotiveerd toegelicht.

Tegenover de gemotiveerde betwisting door geïntimeerden, die inhoudt dat de aandeelhouders in 2008 reeds (unaniem) mondeling een dividendbesluit hebben genomen, hebben de curatoren, mede in het licht van de daadwerkelijke uitkering daarvan aan de aandeelhouders in december 2008, onvoldoende feiten aangevoerd waaruit volgt dat van een dergelijk besluit geen sprake is geweest en dat het besluit pas in 2009 is genomen.

Het hof gaat er dan ook vanuit dat niet pas in 2009 een besluit (met terugwerkende kracht) is genomen, maar dat het besluit al in 2008 is genomen en pas later op papier is gesteld.

Dat het in strijd is met wet of statuten dat het besluit mondeling is genomen, is niet, althans niet voldoende gemotiveerd, gesteld.

Voor zover het hof de stellingen van de curatoren goed begrijpt, is de nietigheid van de op 6 en 7 augustus 2009 gedateerde besluiten alleen ingeroepen voor zover daarmee het in 2008 genomen dividendbesluit zou zijn gesauveerd of bekrachtigd.

Nu het hof ervan uitgaat dat er in 2008 al een geldig besluit is genomen, hebben de curatoren dus geen belang meer bij de ingeroepen nietigheid van de besluiten van 6 en 7 augustus 2009.

Voor zover de curatoren bedoeld hebben om ook los van het sauveren of bekrachtigen van het dividendbesluit uit 2008 de nietigheid van de besluiten van 6 en 7 augustus 2009 in te roepen, geldt dat onvoldoende is gesteld voor het oordeel dat deze aandeelhoudersbesluiten nietig zijn.

In de notulen is opgenomen dat het gehele geplaatste kapitaal aanwezig was en geïntimeerden (en dus ook de andere geïntimeerde) hebben zich uitdrukkelijk op het standpunt gesteld dat dit ook daadwerkelijk het geval was.

Tegenover de betwisting door geïntimeerden van de stelling dat tijdens de vergaderingen van 6 en 7 augustus 2009 niet het gehele geplaatste kapitaal aanwezig zou zijn geweest, hebben de curatoren onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat geïntimeerde op de vergadering van 7 augustus 2009 niet aanwezig was.

Het feit dat de notulen niet ook door geïntimeerde zijn ondertekend, is daartoe onvoldoende.

Waar het hof ervan uitgaat dat het gehele geplaatste kapitaal vertegenwoordigd was, is de vraag of een geldige oproeping heeft plaatsgevonden niet meer relevant.

Dat de dividenduitkering niet strookte met de aandeelverhoudingen, dat geïntimeerde op 1 december 2008 nog niet bestond en dat is verzuimd om te bepalen ten gunste van wie de dividenduitkeringen zijn, maakt de besluiten niet, althans niet zonder nadere motivering (die ontbreekt), nietig.

In zoverre missen de vorderingen dus een voldoende feitelijke grondslag. Of de besluiten van 6 en 7 augustus 2009 geantedateerd zijn, kan verder onbesproken blijven.

Voor zover de curatoren vernietiging van de aandeelhoudersbesluiten hebben gevorderd, stuit dit af op het bepaalde in artikel 2:15 lid 5 BW.

De bevoegdheid om vernietiging van deze besluiten te vorderen is vervallen aangezien, zoals de curatoren ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep ook hebben erkend, de gefailleerde vennootschappen en de curatoren al langer dan een jaar voorafgaande aan het instellen van deze vordering met de (vermeende) aandeelhoudersbesluiten bekend waren.

De vorderingen betreffen de besluiten die zijn genomen door de aandeelhouders van P en A.

Voor zover de vorderingen erop zijn gebaseerd dat geïntimeerden als bestuurder van P en A aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:216 lid 2 en 3 BW geldt het volgende.

Artikel 2:216 lid 2 en 3 BW zijn in werking getreden op 1 oktober 2012.

Op grond van het volgens artikel V.1 van de Invoeringswet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht dienovereenkomstig toepasselijke artikel 79 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek wordt een rechtshandeling die is verricht voordat de wet (waaronder de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht) daarop van toepassing wordt, niet nietig of vernietigbaar ten gevolge van een omstandigheid die de wet, in tegenstelling tot het tevoren geldende recht, aanmerkt als een grond van nietigheid of vernietigbaarheid.

Dit betekent dat de aandeelhoudersbesluiten die alle dateren van vóór 1 oktober 2012 nog niet aan het goedkeuringsvereiste van artikel 2:216 lid 2 BW waren onderworpen en dat de bestuurders van P vanwege deze aandeelhoudersbesluiten niet later alsnog op grond van artikel 2:216 lid 3 BW kunnen worden aangesproken.

Uit de stellingen in hoger beroep voor zover voldoende kenbaar aan deze vordering ten grondslag gelegd, volgt dat de vorderingen op grond van onrechtmatige daad wegens de aandeelhoudersbesluiten ook uitsluitend zien op de hoedanigheid van geïntimeerden als bestuurders.

Zonder nadere motivering, die ontbreekt, valt niet in te zien op welke grond de bestuurders aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de door de aandeelhouders genomen besluiten.

Dat geldt ook voor zover de curatoren bedoeld hebben om hierop een vordering wegens interne bestuurdersaansprakelijkheid te baseren.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat aandeelhouder over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.