Van onze advocaat aandeelhouder. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 1 februari 2018 uitspraak gedaan over een impasse in de besluitvorming van een onderneming. Is de onderneming onbestuurbaar geworden? Wanbeleid.

De advocaat van de onderneming, S Beheer en de aandeelhouder hebben zich vooreerst op het standpunt gesteld dat de bestuurders niet in hun verzoek ontvangen kunnen worden omdat het hoogstwaarschijnlijk is dat (onder meer) de aandelenoverdracht in rechte nietig zal worden bevonden althans vernietigd zal worden.

De Ondernemingskamer volgt S Beheer en de aandeelhouder niet in dit betoog.

Dat het de bedoeling was dat de bestuurders van de onderneming – middels een schenking – tezamen 49% van de aandelen in S Beheer zouden verkrijgen wordt door S Beheer en de aandeelhouder niet betwist. Het is ook opgenomen in het verslag. Dat door een eerder misverstand de andere aandeelhouder ten tijde van de overdracht niet (afgerond) 49% van de aandelen in S Beheer bleek te houden maar (afgerond) 46% ende aandeelhouder niet (afgerond) 51% maar (afgerond) 54% en dat de beoogde overdracht daarom ook (afgerond) 3% aandelen van de aandeelhouder diende te betreffen – maakt dat niet anders.

Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat een kennelijke verschrijving in de akte van aandelenoverdracht de bestuurder eigenaar maakte van 775 aandelen B en 775 aandelen C en de andere bestuurder van 9.225 aandelen B en 9.225 aandelen C, zulks omdat de bestuurders erkennen dat het de bedoeling was dat ieder van hen hetzij 10.000 aandelen B hetzij 10.000 aandelen C zou verkrijgen, zij zich bereid hebben getoond hun medewerking te verlenen aan een door de desbetreffende notaris te verlijden herstel-akte ter zake (maar de aandeelhouder daar – zo hebben zij onbetwist gesteld – niet aan mee heeft willen werken) en zowel de aandeelhoudersovereenkomst als het aandeelhoudersregister vermeldt dat de bestuurder over 10.000 aandelen B beschikt en de andere bestuurder over 10.000 aandelen C.

Dat de rechter die daarover zal hebben te oordelen zal beslissen dat de aandelenoverdracht nietig is, althans deze zal vernietigen – de stelling van de aandeelhouder volgend dat niet aan de voorwaarden is voldaan die aan die overdracht, althans volgens hem, waren verbonden – acht de Ondernemingskamer in het licht van het vorengaande niet zodanig waarschijnlijk dat de bewuste aandelenoverdracht thans buiten beschouwing zou kunnen of zelfs zou moeten blijven.

Dit betekent dat de bestuurders kunnen worden ontvangen in hun verzoeken.

Is de onderneming onbestuurbaar geworden? Impasse. Wanbeleid. Aanwijzing van een bestuurder als onmiddellijke voorziening.

De rechter oordeelt als volgt.

Zij hebben daaraan ten grondslag gelegd – in hoofdzaak – dat de onderneming thans onbestuurbaar is, nu zij het bedrijf feitelijk leiden maar geen formele bestuurskracht hebben en de onmin met hun vader betekent dat ook op het informele vlak geen enkele besluitvorming plaatsvindt.

S Beheer en de aandeelhouder vinden ook – weliswaar om andere redenen – dat de situatie zoals die thans is niet kan voortduren.

De Ondernemingskamer voegt hieraan toe dat naar de huidige situatie ook op aandeelhoudersniveau sprake is van een impasse en voorts dat uit de stukken kan worden opgemaakt dat een en ander ook tot onrust onder de werknemers heeft geleid.

De Ondernemingskamer is op grond van het vorenstaande van oordeel dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid van of een juiste gang van zaken bij S Beheer en zal daarom een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen die vennootschap gelasten en wel, zoals verzocht, vanaf 1 januari 2016, zijnde het moment vanaf wanneer partijen met elkaar hebben overlegd over de wijze waarop de bestuurders in de toekomst bij de onderneming betrokken zullen worden.

Waar de werkzaamheden feitelijk plaatsvinden binnen de werkmaatschappij S B.V. – en S Beheer haar enige bestuurder is – geldt dit evenzo voor S B.V. De onderzoeker kan het in het bijzonder tot zijn of haar taak rekenen te bezien welke bestuursstructuur, de bestuurders destijds (mogelijk deels op termijn) nu precies op het oog hadden alsook welke bestuursstructuur naar zijn oordeel gelet op de aard van onderneming en de mogelijkheden van vorengenoemde drie personen naar zijn of haar oordeel het meest aangewezen is.

De Ondernemingskamer acht het onder voornoemde omstandigheden voorts aangewezen om bij wijze van onmiddellijke voorziening een bestuurder bij S Beheer te benoemen met doorslaggevende stem.

Gelet op dit laatste alsmede op het feit dat onduidelijkheid bestaat omtrent de al dan niet tussen partijen gemaakte afspraken over de invulling van het bestuur van S Beheer acht de Ondernemingskamer onvoldoende grond aanwezig om thans nader in dat bestuur in te grijpen.

De verzoeken om, bij wijze van onmiddellijke voorziening, de bestuurder te schorsen als bestuurder van S Beheer en de andere bestuurders tot bestuurders van die vennootschap te benoemen, zullen dan ook worden afgewezen.

De Ondernemingskamer kan zich voorstellen dat de te benoemen bestuurder door middel van een volmacht of procuratie een formele basis geeft aan de huidige positie van de bestuurders (die thans, onbetwist, feitelijk leiding geven aan de onderneming). Hij of zij kan het voorts tot zijn of haar taak rekenen een schikking tussen partijen te beproeven.

De Ondernemingskamer ziet voorshands onvoldoende aanleiding om, naast de benoeming van een bestuurder, tevens aandelen in S Beheer ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het ondernemingsrecht, over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, over aandeelhouders of over de AVA in een onderneming, over een impasse in de besluitvorming van een onderneming of over wanbeleid in een onderneming, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.