Van onze advocaat contractenrecht. De Hoge Raad heeft op 2 februari 2018 uitspraak gedaan over de opzegbaarheid van duurovereenkomsten.

Aanvulling wettelijke of contractuele regeling van opzegging (art. 6:248 lid 1 BW). Beroep op opzeggingsbevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:248 lid 2 BW)

Opzegbaarheid van een duurovereenkomst

De Hoge Raad overweegt als volgt.

Of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.

Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is.

Op grond van artikel 6:248 lid 1 BW kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat.

Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding. (Vgl. onder meer HR 28 oktober 2011, HR:2011:BQ9854, NJ 2012/685, HR 14 juni 2013, HR:2013:BZ4163, NJ 2013/341, en HR 10 juni 2016, HR:2016:1134, NJ 2016/450).

Ook als de wet of een duurovereenkomst wel voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen, indien de wet en hetgeen tussen partijen is overeengekomen daarvoor ruimte laten, de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval op grond van artikel 6:248 lid 1 BW meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden.

Een beroep op een uit de wet of een overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen kan op grond van artikel 6:248 lid 2 BW onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn (vgl. HR 10 juni 2016, HR:2016:1134, NJ 2016/450).

Opmerking verdient dat het hiervoor overwogene niet wegneemt dat het mogelijk is dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar is.

De wederpartij van degene die zich op de niet-opzegbaarheid beroept, kan daartegen, overeenkomstig het hiervoor overwogene, onder omstandigheden een beroep doen op, kort gezegd, de artikelen 6:248 lid 2 BW en 6:258 BW. (Vgl. HR 15 april 2016, HR:2016:660, NJ 2016/236).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het contractenrecht, over bijzondere overeenkomsten of duurovereenkomsten of over de opzegging van duurovereenkomsten, belt u dan gerust onze advocaat contractenrecht op 020-3980150.