De Rechtbank Amsterdam heeft enige tijd geleden in kort geding uitspraak gedaan over de zekerheidsstelling bij de opheffing van een conservatoir beslag.

T vordert – samengevat en na aanvulling – de door N gelegde beslagen op te heffen zonder verdere zekerheid, dan wel onder de opschortende voorwaarde dat T een bankgarantie ten gunste van N heeft doen stellen voor een door de voorzieningenrechter vast te stellen bedrag.

T heeft daartoe – kort weergegeven – het volgende gesteld.

Mede vanwege de last van de door de beslagen geblokkeerde aandelen heeft T aan N vervangende zekerheid aangeboden voor de vordering waarvoor de beslagen zijn gelegd, zodat de beslagen kunnen worden opgeheven.

Zij heeft zelfs een bankgarantie aangeboden van een eersteklas bank, Citibank, voor het volledige bedrag van de vordering.

N heeft te kennen gegeven hiermee slechts akkoord te gaan onder bepaalde voorwaarden, die voor T onacceptabel en onredelijk zijn.

De beslagen vertegenwoordigen een waarde die bij lange na niet zo hoog is als de vordering van N.

Daarom hoeft de vervangende bankgarantie eigenlijk een bedrag van 25 miljoen USD niet te boven te gaan.

Executiegeschil. Opheffing conservatoir beslag? Zekerheidsstelling. Bankgarantie. Brexit.

De rechter oordeelt als volgt.

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

Van deze opheffingsgronden wordt alleen de laatste nog ingeroepen in verband met de subsidiaire vordering.

Voor de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van voldoende zekerheid wordt aansluiting gezocht bij artikel 6:51 lid 2 BW.

Dit betekent dat de aangeboden zekerheid zodanig moet zijn, dat de vordering en de daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen.

Als uitgangspunt geldt dat voor de hoogte van de zekerheidstelling bepalend is het bedrag waarvoor op de voet van artikel 700 lid 2 het beslag werd toegestaan.

Voorop wordt gesteld dat een bankgarantie in beginsel kan gelden als voldoende zekerheid.

Zoals T heeft betoogd biedt een bankgarantie ook voor N verschillende voordelen ten opzichte van conservatoire beslagen, bijvoorbeeld in geval van een faillissement of het op andere wijze opgaan van een vennootschap in een consortium, doordat de uitwinning veel eenvoudiger is dan bij een conservatoir beslag en dat duidelijkheid bestaat over het bedrag waarop verhaal gehaald kan worden.

T heeft een bankgarantie aangeboden voor de gehele vordering die N stelt op haar te hebben, zodat de bankgarantie in zoverre voldoende zekerheid biedt.

Partijen hebben onderhandeld over de door T aangeboden zekerheid, maar daarover geen overeenstemming bereikt.

N heeft tegen de door T aangeboden bankgarantie van Citibank bezwaren aangevoerd.

De door T opgenomen voorwaarde dat verlof tot tenuitvoerlegging moet worden verkregen, voordat onder de bankgarantie kan worden getrokken, is geen onredelijke voorwaarde.

Indien N een in een arbitraal vonnis toegewezen vordering zal willen verhalen door de onder T gelegde conservatoire beslagen uit te winnen, heeft zij ook eerst een executoriale titel nodig.

In vergelijking met die situatie, brengt een bankgarantie met bedoelde voorwaarde N niet in een slechtere positie.

Het is mogelijk dat deze voorwaarde als resultaat van onderhandelingen niet wordt opgenomen, maar het opnemen hiervan maakt niet dat de bankgarantie als onvoldoende zekerheid moet worden beschouwd.

N wenst dat in de bankgarantie staat dat de bank haar verplichtingen niet zonder toestemming aan een derde mag overdragen en dat de garantie zal blijven gelden in gevallen van fusies en andere herstructureringen.

T heeft gesteld dat ook naar Engels recht het opnemen van deze bepalingen niet nodig is, omdat Citibank haar verplichtingen onder de bankgarantie niet kan overdragen aan een derde zonder toestemming van de schuldeiser en de verplichtingen niet teniet kunnen gaan door een fusie of overname.

N heeft voldoende tijd gehad hier nader onderzoek naar te doen als zij hieraan twijfelt.

Nu zij geen concreet verweer heeft gevoerd op dit punt, heeft ze haar standpunt dat het aanbod van T onvoldoende zekerheid biedt niet afdoende onderbouwd.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het opnemen van de door N gewenste bepalingen dan ook niet vereist.

Niet duidelijk is welk belang N heeft bij het opnemen in de bankgarantie dat zij haar rechten onder de garantie mag overdragen en dat zij gedurende de garantie altijd een ander advocatenkantoor mag aanwijzen als haar vertegenwoordiger.

Niet in geschil is dat overdracht door N van haar rechten in beginsel mogelijk is.

In dat geval zal de partij die wenst te trekken onder de bankgarantie te zijner tijd moeten aantonen de rechthebbende te zijn.

Daarnaast zal, in het geval N zich laat vertegenwoordigen, de rechtsgeldigheid daarvan bij een eventuele betwisting moeten worden aangetoond.

Hoewel het geen kwaad lijkt te kunnen de door N gewenste bepalingen op te nemen, biedt de bankgarantie bij gebreke daarvan niet om die reden onvoldoende zekerheid.

Het feit dat N voorkeur heeft voor een bankgarantie van een Nederlandse bank, maakt niet dat een bankgarantie van een Ierse bank als onvoldoende zekerheid moet worden aangemerkt.

T en N zijn internationaal opererende partijen en de keuze voor een bank is in beginsel aan T.

Zij heeft toegelicht dat zij bij Citibank, waarmee zij al een bankrelatie heeft, onder gunstige voorwaarden een bankgarantie kan krijgen voor een bedrag van 50 miljoen USD en dat het afsluiten van een dergelijke garantie bij een andere bank voor haar niet onder dezelfde voorwaarden mogelijk is.

Daarnaast heeft T onweersproken gesteld dat hoewel Citibank ook vestigingen heeft in Engeland, bankgaranties als deze worden uitgegeven door de entiteit in Dublin, Ierland. Citibank is een grote internationaal opererende bank.

Citibank neemt toepasselijkheid van Engels recht en Engelse jurisdictie standaard op in haar voorwaarden, aldus Global Telecom.

Het bezwaar van N is erin gelegen dat door een Brexit mogelijk de automatische erkenning in Ierland van Engelse uitspraken komt te vervallen, hetgeen de tenuitvoerlegging daarvan in Ierland zou bemoeilijken.

Niet aannemelijk is echter dat het een reëel risico is dat Citibank niet zal voldoen aan een Engelse uitspraak, terwijl in haar voorwaarden standaard de toepasselijkheid van Engels recht en de bevoegdheid van de Engelse rechter zijn opgenomen.

De bankgarantie van de Ierse vestiging van Citibank onder de hiervoor genoemde voorwaarden biedt dan ook op dit punt voldoende zekerheid.

Ten aanzien van de termijn van de aangeboden bankgarantie geldt het volgende.

Het door N gelegde conservatoire beslag is niet gebonden aan een termijn.

T heeft gesteld dat het arbitrale vonnis naar verwachting het eerste kwartaal van 2021 zal worden gewezen en dat de door haar aangeboden bankgarantie met een termijn van drie jaar daarom ruim voldoende is.

In geval van een toewijzend vonnis zal N echter eerst nog verlof tot tenuitvoerlegging moeten vragen, als T die voorwaarde in de bankgarantie handhaaft.

In de daartoe door N te voeren procedure kan T verweer voeren en het is denkbaar dat die procedure niet is afgerond voor het aflopen van de termijn van drie jaar, in welk geval N in een slechtere positie komt dan zij is met de gelegde beslagen.

T heeft toegelicht dat zij maximaal een bankgarantie voor drie jaar kan krijgen zonder het volledige bedrag bij Citibank in depot te hoeven storten en dat daarom een bankgarantie voor een langere periode voor haar economisch niet zinvol zou zijn.

Dit is een redelijk belang van T en daarmee is haar aanbod een bankgarantie te stellen voor drie jaar begrijpelijk.

Zonder een vangnet voor na deze periode, biedt zij hiermee echter niet voldoende zekerheid.

T dient dan ook aanvullende zekerheid te stellen.

Haar enkele toezegging in dat kader dat zij na drie jaar een nieuwe garantie zal stellen, is daartoe onvoldoende.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat T onvoldoende zekerheid heeft aangeboden voor de vordering waarvoor N beslag heeft gelegd.

De vordering van T tot opheffing van de beslagen die niet de ruimte biedt om nadere voorwaarden toe te voegen, zal daarom worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.