Van onze advocaat contractenrecht. De Procureur-Generaal bij het Parket bij de Hoge Raad heeft op 26 oktober 2018 kort de bewijskracht van een onderhandse akte uiteengezet.

De bewijskracht van een onderhandse akte (Art. 157-159 Rv)

Een onderhandse akte als bedoeld in art. 156 Rv, levert op de voet van art. 157 lid 2 Rv ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring, tenzij dit zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen bestaat.

Deze regeling ziet op de materiële bewijskracht van partijverklaringen in akten.

De dwingende bewijskracht van een onderhandse akte geldt niet jegens eenieder, maar slechts tussen partijen.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever bewust voor de volgorde heeft gekozen dat eerst is bepaald wat in het algemeen de bewijskracht is van een (authentieke of onderhandse) akte en dat daarna aan de orde komt wanneer zich daarbij een bepaald incident, zoals betwisting van de handtekening, voordoet.

Art. 158 lid 1 Rv bepaalt vervolgens dat art. 157 lid 2 Rv niet van toepassing is op een onderhandse akte waarin verbintenissen van slechts één partij zijn aangegaan of vastgelegd, voor zover die verbintenissen strekken tot voldoening van een geldsom.

Deze begrenzing van het toepassingsbereik van art. 157 lid 2 Rv geldt echter niet, zo bepaalt art. 158 lid 1 Rv, indien de desbetreffende partij de akte geheel met de hand heeft geschreven of –- in het geval de akte niet handgeschreven is, dan wel niet door de desbetreffende partij handgeschreven is – deze partij de akte heeft voorzien van een goedkeuring die de geldsom voluit in letters vermeldt.

De bepaling strekt tot bescherming tegen het ondoordacht tekenen van schuldbekentenissen of het tekenen van stukken in blanco.

Art. 159 lid 2 Rv tot slot schrijft voor dat een onderhandse akte waarvan de ondertekening door de partij, tegen welke zij dwingend bewijs zou leveren, stellig wordt ontkend, geen bewijs oplevert, zolang niet bewezen is van wie de ondertekening afkomstig is.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het contractenrecht, over het ondernemingsrecht, over het tot stand komen van verbintenissen, over het verschil tussen en onderhandse akte en een notariële akte of over de bewijskracht van schriftelijke overeenkomsten of van akten, belt u dan gerust onze advocaat contractenrecht op 020-3980150.