Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 19 november 2019 uitspraak gedaan over de vraag of de bestuurder aansprakelijk was vanwege betalingsonwil.

Met de grieven legt appellante aan de rechter de vraag voor of geïntimeerde als (indirect) bestuurder van T persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die appellante lijdt als gevolg van het niet voldoen door T aan haar bij het verstekvonnis van 24 mei 2012 opgelegde betalingsverplichting.

Bestuurdersaansprakelijkheid vanwege betalingsonwil? Hoofdelijke aansprakelijkheid? Nakoming betalingsverplichting uit een vonnis.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechter stelt voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, alleen de vennootschap aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade.

Onder bijzondere omstandigheden kan ook grond zijn voor aansprakelijkheid van de bestuurder van die vennootschap.

Zoals hiervoor overwogen, kan dat onder meer aan de orde zijn in een situatie zoals de onderhavige, waarin een bestuurder wordt verweten dat hij heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de door hem bestuurde vennootschap haar betalingsverplichting niet nakomt en de betrokken vordering onverhaalbaar blijft, waardoor de wederpartij schade lijdt (in dit geval doordat een factuur voor verrichte levering en werkzaamheden onbetaald en onverhaalbaar blijft).

Of dan sprake is van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder, hangt af van de vraag of aan hem hiervan persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Dit dient te worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval (vgl. onder meer HR 18 februari 2000, HR:2000:AA4873 en de al eerder genoemde arresten HR 8 december 2006, HR:2006:AZ0758, HR 4 april 2014, HR:2014:829 en in HR 15 februari 2019,HR:2019:236).

Geïntimeerde is enig bestuurder en aandeelhouder van B, die op haar beurt weer enig bestuurder en aandeelhouder is van T.

Artikel 2:11 BW bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon, in dit geval B als bestuurder van T, tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is, in dit geval geïntimeerde.

Een bestuurder van een rechtspersoon-bestuurder die uit hoofde van de wetsbepaling waaruit de aansprakelijkheid voortvloeit, een grond tot disculpatie heeft om de aanspraak af te weren, kan zich daarop beroepen, onafhankelijk van de rechtspersoon-bestuurder (Kamerstukken II 1983-1984, 16 631, nr. 6, p. 18 en nr. 9, p. 15-16).

Of een wetsbepaling waaruit aansprakelijkheid voortvloeit, de mogelijkheid van disculpatie biedt, moet worden bepaald door uitleg van die bepaling.

Artikel 2:11 BW is van toepassing in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet.

Dat betekent dat via artikel 2:11 BW alle vormen van bestuurdersaansprakelijkheid die in Boek 2 BW zijn opgenomen ‘doorgeschakeld’ worden naar de rechtspersoon die optreedt als bestuurder van een andere rechtspersoon.

Tegen deze achtergrond geldt verder het volgende.

Nu B enig bestuurder van T is, ligt het in haar hand of door T betalingen worden verricht.

Ditzelfde geldt voor geïntimeerde als enig bestuurder van B: het ligt in zijn hand of B als bestuurder van T tot betaling van vorderingen op T overgaat.

In de praktijk is het geïntimeerde die als enige en direct bepaalt of wel of niet door T wordt betaald.

Het verweer van geïntimeerde komt er in wezen op neer dat T wel in staat is om te betalen, maar dat niet doet, omdat geïntimeerde zich niet kan vinden in het verstekvonnis van 24 mei 2012.

Dit kan niet anders worden aangemerkt dan als een welbewuste keuze van geïntimeerde om niet te betalen.

Als geïntimeerde meende dat voornoemd vonnis onjuist was, had het op zijn weg gelegen om namens T, waartoe hij als indirect bestuurder bevoegd was, hiertegen een rechtsmiddel aan te wenden.

Het nalaten daarvan komt voor eigen rekening en risico van T en dus ook van geïntimeerde en heeft tot gevolg dat het verstekvonnis onherroepelijk is geworden en dat T op grond daarvan gehouden is om aan de veroordeling in het vonnis te voldoen.

Dit wordt ook niet door geïntimeerde betwist. Nu niet is gebleken van enige betalingsonmacht is de rechter van oordeel dat geïntimeerde zonder terechte reden verhindert dat T aan appellante betaalt, waarmee sprake is van betalingsonwil.

Het voorgaande levert een persoonlijk ernstig verwijt van de bestuurder op.

Op grond daarvan kan geïntimeerde dan ook persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor de door appellante geleden schade als gevolg van het niet betalen door T voor de door appellante verrichte werkzaamheden.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.