De Rechtbank Limburg heeft op 23 oktober 2019 uitspraak gedaan over de vraag of sprake was van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van een onrechtmatige daad. Was sprake van een persoonlijk ernstig verwijt? Maatstaf. Beklamelnorm.

Kern van het onderhavige geschil is kort gezegd de vraag of de bestuurder van de BV en/of een van hen als (opvolgend) bestuurder(s) dan wel beleidsbepaler persoonlijk aansprakelijk zijn/is voor de door eisers als gevolg van de wanprestatie geleden schade.

Bestuurdersaansprakelijkheid. Onrechtmatige daad? Persoonlijk ernstig verwijt? Maatstaf. Beklamel-norm.

De rechter overweegt als volgt.

Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade.

Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap.

Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder – waaronder tevens begrepen is de (mede)beleidsbepaler/feitelijk (niet formeel) bestuurder van de vennootschap – ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is.

Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.

Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.

Indien de bestuurder namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan en de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt, kan persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder worden aangenomen indien deze bij het aangaan van die verbintenis wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem persoonlijk ter zake van de benadeling geen ernstig verwijt kan worden gemaakt (zie onder meer Hoge Raad, 6 oktober 1989, HR:1989:AB9521, NJ 1990/286 (Beklamel)).

In de kern houdt dit zogenoemde “Beklamelcriterium” de eis in dat de bestuurder bij het aangaan van de verbintenis wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap als gevolg van zijn handelen schade zou lijden (zie ook het zogenaamde september-arrest Hoge Raad 5 september 2014, HR: 2014:2627).

Van een persoonlijk ernstig verwijt kan ook sprake zijn indien de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt (zie Hoge Raad 8 december 2006, HR:2006:AZ0758 (Ontvanger/Roelofsen) en Hoge Raad 18 februari 2000, NJ 2000/295 New Holland-arrest).

In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld wanneer hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek (BW), persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Beide gronden voor aansprakelijkheid van een bestuurder jegens de schuldeisers van de vennootschap hebben gemeen dat voor aansprakelijkheid vereist is dat, in het algemeen, alleen dan kan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld wanneer hem persoonlijk, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in artikel 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht of over bestuurdersaansprakelijkheid, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.