De Rechtbank Gelderland heeft op 24 juni 2020 uitspraak gedaan over de vraag er sprake was van bestuurdersaansprakelijkheid bij het niet nakomen van een huurovereenkomst in het zicht van een mogelijk faillissement.

G grondt haar vordering op oprichtersaansprakelijkheid omdat eiser wist of kon weten dat H BV haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen.

Die wetenschap wordt volgens G vermoed aanwezig te zijn omdat H BV binnen een jaar na haar oprichting failliet is verklaard.

Eiser stelt hier tegenover dat hij die wetenschap niet had.

Dat de kaartverkoop voor het evenement dat H BV organiseerde tegenviel was toen een toekomstige gebeurtenis, die niet was te voorzien.

Bestuurdersaansprakelijkheid. Huurovereenkomst wordt niet nagekomen door de vennootschap. Oprichtersaansprakelijkheid. Wetenschap van een voorzienbaar faillissement? Bewijs.

De rechter oordeelt als volgt.

Krachtens artikel 2:203 lid 3 BW is eiser hoofdelijk aansprakelijk voor de door G geleden schade als gevolg van de niet-nakoming door H BV van haar betalingsverplichtingen, indien eiser wist of redelijkerwijs kon weten dat H BV die verplichtingen niet zou kunnen nakomen.

Van belang is wat eiser wist of kon weten op het moment dat hij de huurovereenkomst met Gelredome is aangegaan namens H BV.

Nu BV binnen een jaar na haar oprichting failliet is verklaard wordt krachtens genoemd artikellid tweede zin, de wetenschap dat H BV haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, bij eiser vermoed aanwezig te zijn.

Eiser is daarom persoonlijk aansprakelijk voor de schade tenzij hij het vermoeden kan weerleggen dat hij ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst wist of redelijkerwijs kon weten dat H BV haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen.

Eiser moet de feiten en omstandigheden stellen waaruit kan volgen dat hij redelijkerwijs er op mocht vertrouwen dat H BV over voldoende middelen zou beschikken om de huursom te betalen. (Zie ook Gerechtshof Amsterdam 6 oktober 2005, JOR 2005/293).

Aan die stelplicht heeft eiser niet voldaan.

Hij heeft in de eerste plaats tevergeefs verklaard dat de kaartverkoop is tegengevallen en dat hij dat niet van tevoren kon weten.

Dat hij te kampen heeft gehad met een zakelijke tegenvaller, een normaal risico in het zakenverkeer, duidt er immers niet op dat hij er op mocht vertrouwen dat H BV de huurovereenkomst zou kunnen nakomen.

Eiser heeft bijvoorbeeld niet gesteld dat H BV beschikte over kapitaal om de aanzienlijke huursom van in totaal € 81.000,- van G (voor) te financieren.

Ook het argument betreffende een ten laste van G gelegde beslag is niet aan te merken als een feit waaruit volgt dat eiser er op mocht vertrouwen dat H BV de huursom zou kunnen betalen.

G heeft bovendien hierover onweersproken gesteld dat dat beslag niet ten laste van haar was gelegd, nu zij niet de eigenaresse is van G, maar de exploitatiemaatschappij.

Verder heeft G met succes aangetoond dat eiser dit argument pas in mei 2018 voor het eerst is gaan voeren nadat H BV per brief van 1 mei 2018 was aangemaand tot betaling.

Dat betrof een wending aan de kant van eiser ten opzichte van zijn eigen eerdere analyse van de tegenvallende kaartverkoop, zoals verwoord in zijn email van 23 maart 2018 aan G.

In die e-mail staat in de kern dat de tegenvallende kaartverkoop komt door problemen met P en het kwijtraken van een sponsor.

Deze chronologie onderstreept dat eiser een gelegenheidsargument heeft aangedragen, dat verder ook onvoldoende is onderbouwd.

Daarbij is tenslotte nog van belang dat G, eveneens onweersproken, heeft gesteld dat het bedoelde beslag niet in de weg stond aan het doorgang hebben van de huurovereenkomst en dat dat alleen al blijkt uit het gegeven dat andere evenementen rondom de afgesproken periode in G zonder enige hinder hebben plaatsgevonden.

De door eiser genoemde feiten en omstandigheden kunnen niet leiden tot de gevolgtrekking dat hij er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat H BV over voldoende middelen zou beschikken om de huursom te betalen.

Voorts ontbreekt een ter zake dienend bewijsaanbod.

Dit betekent dat eiser niet wordt toegelaten tot het leveren van bewijs.

Eiser is persoonlijk aansprakelijk voor de schade.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over bestuurdersaansprakelijkheid en hey ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.