De Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad heeft enige tijd geleden de samenloop van bestuurdersaansprakelijkheid en concernaansprakelijkheid besproken.

Het middel komt op tegen het oordeel inzake de gestelde (externe) bestuurders- en concernaansprakelijkheid.

Bestuurdersaansprakelijkheid en concernaansprakelijkheid.

De Advocaat-Generaal concludeert het volgende.

Ik stel daarom over beide leerstukken, die nauw met elkaar verbonden zijn, op hoofdlijnen en kort één en ander voorop.

Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat alleen een vennootschap zelf kan worden aangesproken voor het niet nakomen van haar verplichtingen, en niet haar bestuurders of aandeelhouders.

Beide leerstukken vormen een uitzondering op dat uitgangspunt, deze leiden immers tot (een vorm van) aansprakelijkheid van een (of meer) ander(en) ter zake van de niet-nakoming van haar verplichtingen door de vennootschap.

In de gevallen waarin bestuurders- of concernaansprakelijkheid een rol speelt, bestaat er ten aanzien van de gepretendeerde vordering (in de regel) geen contractuele verbintenis tussen de crediteur en de aangesproken bestuurder/aandeelhouder.

De crediteur zal zijn op bestuurders- of concernaansprakelijkheid gerichte vordering dan ook moeten baseren op onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).

Uit de zogenaamde Beklamel-norm volgt dat een bestuurder slechts aansprakelijk kan worden gehouden vanwege het door de vennootschap onbetaald laten van een vordering indien deze bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld wanneer hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.

De hiervoor onder (i) genoemde grond ziet op het moment van het tot stand komen van de verbintenis tussen de crediteur en de vennootschap.

In het geval de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt (hiervoor onder (ii)), kan de bestuurder voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Van een dergelijk ernstig verwijt zal in ieder geval sprake zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.

Er kunnen zich echter, zo heeft Uw Raad met zoveel woorden aangegeven, ook andere omstandigheden voordoen op grond waarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden aangenomen.

Onder omstandigheden kan ook een moedervennootschap worden aangesproken voor het door haar dochtervennootschap niet nakomen van haar verplichtingen jegens derden.

Dit is voor het eerst aangenomen in het Osby-arrest.

Aansprakelijkheid van de moedervennootschap vindt haar grond in het gegeven dat een moedervennootschap veelal alle aandelen in de dochtervennootschap houdt en vaak de enige (indirecte) bestuurder is, zodat zij sterke invloed heeft op de besluitvorming binnen de dochtervennootschap.

Dit enkele gegeven is echter, in het licht van het uitgangspunt dat een aandeelhouder niet aansprakelijk is voor de schulden van de vennootschap – niet voldoende om daarop aansprakelijkheid te baseren.

Daarvoor zijn aanvullende omstandigheden vereist.

Deze afhankelijkheid van de omstandigheden van het geval brengt met zich dat geen algemene afbakening kan worden gegeven van de gevallen waarin een moedervennootschap aansprakelijk is voor het door haar dochtervennootschap niet nakomen van haar verplichtingen jegens derden.

Uit de rechtspraak kunnen wel omstandigheden en gezichtspunten worden gedestilleerd die een rol spelen bij de beoordeling, zoals de mate van inzicht en zeggenschap in en de betrokkenheid van de moedervennootschap bij het beleid in de dochtervennootschap, het inzicht in de financiële situatie bij de dochtervennootschap, de mate waarin voor de moedervennootschap objectief voorzienbaar is dat crediteuren van de dochter benadeeld zullen worden en de mate waarin de moedervennootschap (of een andere gelieerde vennootschap) ‘bevoordeeld’ wordt ten koste van crediteuren.

Aansprakelijkheid van een moedervennootschap kan, afhankelijk van de concrete omstandigheden, zowel zien op gedragingen van de moedervennootschap in verband met het door de dochtervennootschap aangaan van een rechtsverhouding, als op gedragingen die betrekking hebben op de periode daarna.

Wilt u de gehele conclusie bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders, over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht of over concernaansprakelijkheid, belt u dan gerust onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.