De Rechtbank Rotterdam heeft op 29 januari 2020 uitspraak gedaan over bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW in verband met de boekhoudplicht van artikel 2:10 BW.

Ingevolge artikel 2:248 lid 1 BW is in geval van het faillissement van een vennootschap het bestuur jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk voor het boedeltekort, indien het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat, indien het bestuur niet heeft voldaan aan de administratieplicht van artikel 2:10 BW, vaststaat dat het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en dat wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Artikel 2:10 BW verplicht het bestuur – kort gezegd – op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vennootschap kunnen worden gekend.

De curator stelt zich op het standpunt dat artikel 2:10 BW is geschonden en voert daartoe aan dat geen administratie door hem is aangetroffen of aan hem ter beschikking is gesteld.

Bestuurdersaansprakelijkheid. Boekhoudplicht. Onbehoorlijke taakvervulling. Hoofdelijke aansprakelijk voor het boedeltekort?

De rechter oordeelt als volgt.

Bij de beoordeling dient tot uitgangspunt dat gedaagde de boekhoudplicht van artikel 2:10 BW hebben geschonden en dus hun bestuurstaak onbehoorlijk hebben vervuld.

Derhalve wordt op de voet van artikel 2:248 lid 2 BW vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling van een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

Ter weerlegging van dat vermoeden hebben gedaagde aangevoerd dat het faillissement is veroorzaakt door een conflict met E en/of marktomstandigheden. Voor het conflict met E geldt echter dat de daartoe gestelde incassomaatregelen naar hun aard niet als rechtens relevante oorzaak van het faillissement kunnen worden aangemerkt, hooguit kan als oorzaak worden aangemerkt het onbetaald laten van de desbetreffende vorderingen, althans de reden van dat onbetaald laten.

Daaromtrent is echter niets gesteld, anders dan het beroep op marktomstandigheden.

Het ontbreekt echter aan aanwijzingen voor een oorzakelijk verband tussen de marktomstandigheden en het faillissement.

Dat een ander Chinees restaurant in H ook is gefailleerd, kan – als al waar – meerdere oorzaken hebben, evenals de sluiting van een ander restaurant.

Zonder verdere toelichting – die ontbreekt – is daarmee dus niets gezegd over de marktomstandigheden in het algemeen, en de betekenis van die omstandigheden voor het faillissement van H Horeca in het bijzonder.

Al met al is met de daartoe betrokken stellingen niet aannemelijk geworden dat er een andere belangrijke oorzaak is van het faillissement dan onbehoorlijke taakvervulling door gedaagde.

Daarmee is hun aansprakelijkheid voor het boedeltekort gegeven en ligt – als verder niet betwist – de vordering als na te melden voor toewijzing gereed.

Het vonnis zal als na te melden uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Het door gedaagde ingeroepen restitutierisico en/of de schade die gedaagde heeft te duchten van een executoriale verkoop van haar huis, staan daaraan niet in de weg.

In de gegeven omstandigheden dient het belang bij een (vanaf nu) voortvarende afwikkeling van de boedel zwaarder te wegen dan dat van gedaagde bij behoud van de bestaande toestand totdat dit vonnis onherroepelijk is geworden.

Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het tijdsverloop sedert de datum van het faillissement in belangrijke mate aan een gebrek aan medewerking van gedaagde moet worden toegeschreven.

De subsidiair gevraagde zekerheidsstelling staat evenzeer aan een voortvarende afwikkeling van de boedel in de weg en zal daarom eveneens worden afgewezen.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.