De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 juni 2020 uitspraak gedaan over de vraag welke prijsafspraak was gemaakt bij een overeenkomst van aanneming van werk.

Eiseres en verweerder hebben een overeenkomst gesloten op basis waarvan verweerder voor eiseres op een zestal daken van onroerende zaken solar panelen zou leggen en daarnaast de bijbehorende elektrische installaties zou verzorgen.

De werkzaamheden voor het eerste dak zijn op regiebasis verricht.

Voor de werkzaamheden ten behoeve van de overige daken hebben partijen andere afspraken gemaakt.

Aanneming van werk. Mondelinge overeenkomst. Welke prijsafspraak is gemaakt? Vaste prijs of op regiebasis? Opschorting. Meerwerk. Bewijslast.

De rechter oordeelt als volgt.

Eiseres en verweerder hebben een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten op basis waarvan verweerder voor eiseres op een zestal daken van onroerende zaken solar panelen zou leggen en de bijbehorende installaties zou verzorgen, waaronder het wijzigen van meterkasten, het plaatsen van omvormers en het leggen van bekabeling.

De werkzaamheden voor het eerste dak zijn op regiebasis verricht.

Vervolgens hebben partijen voor de werkzaamheden ten behoeve van de daken twee tot en met zes mondeling een andere afspraak gemaakt.

Over hoe deze afspraak luidt verschillen partijen van mening.

Eiseres stelt dat zij een vaste prijs hebben afgesproken van € 25.000,- exclusief btw per dak, waarbij eventueel meerwerk pas aan de orde zou zijn na akkoord van eiseres.

Verweerder betwist dit en voert aan dat afgesproken was dat hij de klus zou klaren voor € 25.000,- exclusief btw per installatie, mits de werkzaamheden niet langer zouden duren dan tien werkdagen. Als het werk langer zou duren, zou dit ‘meerwerk’ door eiseres worden voldaan.

Eiseres gebruikt de woorden ‘per dak’, verweerder ‘per installatie’. Echter bleek ter zitting dat zij hetzelfde bedoelen.

Welke betalingsafspraak partijen precies gemaakt hebben is relevant voor zowel de beoordeling van de vordering van eiseres als de tegenvordering van verweerder.

Verweerder heeft namelijk zijn werkzaamheden voor eiseres opgeschort, omdat eiseres volgens hem zich niet aan de betalingsafspraak hield ten aanzien van meerwerk.

Eiseres meent dat een andere afspraak is gemaakt, zodat verweerder zich ten onrechte op opschorting beroept.

Zij vordert, onder meer, vervangende schadevergoeding gebaseerd op de door haar gestelde afspraak.

Als tegenvordering vordert verweerder betaling van meerwerk.

Bij de uitleg van een overeenkomst komt het aan op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan de door hen gebezigde bewoordingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Daarbij kunnen ook gedragingen van partijen na het sluiten van die overeenkomst van belang zijn voor de aan die overeenkomst te geven uitleg.

Daarbij geldt dat de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering mee brengt dat het bewijs van een stelling rust op de partij die zich beroept op het rechtsgevolg van die stelling.

Dit betekent dat op eiseres de bewijslast rust van de door haar gestelde afspraak dat sprake was van een “all-in” bedrag van € 25.000,- exclusief btw voor de werkzaamheden van verweerder per dak.

Verweerder daarentegen draagt de bewijslast van zijn stelling ten aanzien van het meerwerk waar zijn beroep op opschorting en de tegenvordering op is gebaseerd.

Eiseres heeft aan de op haar rustende bewijslast voldaan, verweerder niet.

Daartoe geldt het volgende.

Eiseres heeft gewezen op de brief van 9 mei 2019 die zij aan verweerder gestuurd zou hebben ter bevestiging van de gemaakte mondelinge afspraak.

Ook heeft eiseres facturen in het geding gebracht van ieder € 25.000,- exclusief btw die door verweerder zouden zijn verzonden, waarna zij steeds € 25.000,- exclusief btw aan verweerder heeft overgemaakt.

Weliswaar heeft verweerder betwist dat hij de brief van 9 mei 2019 heeft ontvangen en dat hij de door eiseres overgelegde facturen aan eiseres heeft verzonden (hij noemt deze ‘nep-facturen’).

Echter, ook als deze betwisting terecht is, geldt dat verweerder in zijn e-mail aan eiseres van 15 mei 2019 spreekt over een ‘full-prijs’ die in de lucht hangt, terwijl volgens verweerder daar geen sprake van zou zijn.

Immers zijn stelling – dat als het werk meer dan tien dagen zou duren, de uren zouden moeten worden doorbetaald – duidt op werk op regiebasis.

Verder geldt ook dat eiseres, na ontvangst van de factuur van verweerder van 1 juni 2019 met nummer 603 van € 23.633,03 exclusief btw (€ 28.595,97 inclusief btw) verweerder bericht heeft “We hebben een prijs afgesproken van 25000 per dak, met eventueel extra werk wat daar bij komt na opdracht/ overleg op een separaat factuur. Graag een nieuw factuur voor dak 2.”

Op deze e-mail is door verweerder niet anders gereageerd dan dat hij – conform het verzoek van eiseres – een nieuwe factuur met nummer 603 zond van € 25.000,- exclusief btw
(€ 30.250,- inclusief btw).

Deze factuur is door eiseres betaald. Daarnaast heeft eiseres nog vier keer een bedrag van € 25.000,- exclusief btw aan verweerder betaald.

Daarop is nimmer door verweerder gereageerd.

Sterker nog, op 17 juli 2019 heeft verweerder aan eiseres geschreven: “Na onderling overleg zijn wij overeengekomen dat de € 25.000 per installatie akkoord was onder de voorwaarden dat de materialen volgens de planning aangeleverd of gereed moesten zijn, zodat de daken klaar waren en wij met onze werkzaamheden konden aanvangen conform afspraak. Voorts hebben wij de afspraak gemaakt, dat wanneer door onvoorziene omstandigheden, zoals het weer en de voorbereidende werkzaamheden door andere leveranciers niet gereed waren, de werkuren van mijn mensen zouden worden doorbetaald.”

In dit bericht wordt met geen woord gerept over de volgens verweerder gemaakte afspraak dat het werk in tien dagen moest worden gedaan, bij gebreke waarvan het meerdere kwalificeert als meerwerk dat door eiseres moet worden voldaan.

Wel blijkt uit het bericht dat (in beginsel) een vaste prijs gold van € 25.000,- per dak/ installatie.

Gelet op het voorgaande wordt het er voor gehouden dat partijen voor de daken 2 tot en met 6 een vaste prijs afgesproken hebben van € 25.000,- exclusief btw per dak.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.