Van onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 25 juli 2017 uitspraak gedaan over de vraag of niet afgeloste geldleningen op voormalige bestuurders van een vennootschap bestuurdersaansprakelijkheid opleverde.
Verhaalfrustratie door verkoop van de aandelen in de dochterondernemingen voor € 1,- per onderneming?
De rechtbank heeft uitvoerig gemotiveerd op grond waarvan zij van oordeel is dat appellante door de gang van zaken rondom de verkoop van de aandelen in de werkmaatschappijen voor € 1,- per onderneming geen schade heeft geleden voor zover het gaat om het niet meer kunnen verhalen van de geldlening. Het hof tekent daarbij aan dat indien dit oordeel standhoudt, a fortiori ook geen schade zal zijn geleden voor zover het gaat om de overige leningen.
Vaststaat dat de dochterondernemingen op 28 oktober 2010 nagenoeg failliet waren. Er waren grote bedragen aan niet betaalde schulden, alle banksaldi waren negatief en er dreigde executoriale verkoop door de Belastingdienst. De dochterondernemingen zijn dan ook korte tijd na 28 oktober 2010 failliet verklaard. Vaststaat ook dat alle roerende zaken van de dochters aan appellante waren verpand, met dien verstande dat die pandrechten werden doorkruist door het bodembeslag van de Belastingdienst. Verdere activa waren er niet. Er heeft zich geen enkele koper bij de curator gemeld. Uit de faillissementsverslagen blijkt dat uiteindelijk slechts geringe bedragen zijn geïncasseerd voor de opbrengsten van de inventarissen en dat de faillissementen zouden worden opgeheven wegens gebrek aan baten. Tegen die achtergrond heeft de taxatie een hoog academisch gehalte. Deze taxatie is gebaseerd op de laatst bekende jaarcijfers (over 2007) en berust voor het overige op aannames en extrapolaties, die echter bezien tegen de achtergrond hoe het werkelijk is verlopen, niet als realistisch kunnen worden beschouwd. Ook uit de rapportage zelf klinkt al door dat “het uitermate lastig is een goede conclusie te trekken op basis van de summiere informatie die beschikbaar is”. Aldus is onvoldoende onderbouwd dat de waarde van de restaurants hoger was dan de preferente en door bodembeslag gedekte vorderingen van de belastingdienst, terwijl een nader hierop toegesneden bewijsaanbod ontbreekt. Daarmee ontvalt de belangrijkste pijler aan het betoog van appellante. Aan dit betoog komt nog verder de feitelijke grondslag te ontvallen doordat uit de faillissementsverslagen niet blijkt van inbare debiteurenvorderingen. Wat betreft de gestelde rekening-courantvordering op geïntimeerden verwijst het hof naar wat hierna zal worden overwogen.
Schending van de Beklamel-norm ?
De advocaat van appellante heeft voorts een beroep gedaan op schending van de zogenoemde Beklamelnorm (vernoemd naar het arrest HR 6 oktober 1989, HR:1989:AB9521, NJ 1990, 286) inhoudende dat een bestuurder aansprakelijk kan zijn indien hij namens de vennootschap een verbintenis aangaat terwijl hij weet of behoort te weten dat de vennootschap die niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor de daardoor ontstane schade. Een afzonderlijke onderbouwing van die grondslag ontbreekt evenwel. Voor zover de advocaat van appellante mocht hebben bedoeld dat geïntimeerden al bij het aangaan van de leningen wisten dat zij die bedragen niet zouden aanwenden als kapitaalinjectie maar voor privégebruik sneuvelt die stelling op hetgeen is overwogen.
Het hof voegt hier ter verduidelijking het volgende aan toe. Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade en dat slechts onder bijzondere omstandigheden, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte is voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap.
Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Zie HR 5 september 2014, HR:2014:2627, NJ 2015, 22, RCI Financial Services/K.
Bestuurdersaansprakelijkheid is niet aan de orde in een geval als zich voordeed in het arrest HR 23 november 2012, HR:2012:BX5881, NJ 2013, 302 (Spaanse Villa), zoals nader geduid in HR 5 september 2014, HR:2014:2628. Dat arrest had niet betrekking op het handelen van de betrokkene bij zijn taakvervulling als bestuurder van een vennootschap, maar op de vraag of de betrokkene, optredend als deskundig bemiddelaar (dienstverlener), had gehandeld in strijd met een op hem in die hoedanigheid van deskundig bemiddelaar rustende zorgvuldigheidsnorm.
Voor toepassing van de verzwaarde maatstaf als hiervoor bedoeld, persoonlijk ernstig verwijt, bestond in dat geval geen aanleiding. Dit sluit echter weer niet uit dat dergelijke onrechtmatige gedragingen in een voorkomend geval in het maatschappelijk verkeer tevens kunnen worden aangemerkt als gedragingen van de vennootschap waarvan betrokkene bestuurder is, met als gevolg dat (ook) de vennootschap uit eigen hoofde op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan worden gehouden.
Stelplicht en bewijslast rusten voor beide gevallen van aansprakelijkheid op de benadeelde partij.
Ten aanzien van grondslagen kon het hof in het midden laten of appellante aan die stelplicht heeft voldaan omdat appellante het oordeel van de rechtbank dat in zoverre door haar geen schade is geleden in hoger beroep onvoldoende heeft kunnen weerleggen.
Ten aanzien van de overige grondslagen heeft het hof geoordeeld dat appellante tegenover het gevoerde verweer haar stellingen onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. Een voldoende concreet en gespecificeerd bewijsaanbod ontbreekt bovendien.
In het midden kan blijven of geïntimeerde in deze heeft te gelden als feitelijk beleidsbepaler.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over bestuurdersaansprakelijkheid in het ondernemingsrecht, belt u dan gerust onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid op 020-3980150.