Van onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 31 januari 2017 uitspraak gedaan over bestuurdersaansprakelijkheid bij borgtocht.
Bij het tussenarrest heeft het hof appellante gelegenheid gegeven te reageren op het gemotiveerde verweer van geïntimeerden tegen de stelling van de advocaat van appellante dat geïntimeerde een onrechtmatige daad jegens appellante heeft gepleegd doordat hij bij het aangaan van de borgtochtovereenkomst namens geïntimeerde 2 wist dat P haar schuld uit de overeenkomst van geldlening niet aan appellante zou terugbetalen, dat geïntimeerde 2 dan uit hoofde van de borgtochtovereenkomst door appellante zou worden aangesproken en dat geïntimeerde 2 dan niet in staat zou zijn om haar aandeel in de schuld aan appellante te voldoen.
Het verweer dat geïntimeerden hebben gevoerd, houdt in, samengevat weergegeven, dat geïntimeerde nooit contact met appellante heeft gehad, dat geïntimeerde en alle anderen overtuigd waren van de haalbaarheid van het project en een berekend risico daaromtrent namen, wat ook heeft gegolden voor appellante, en dat dus alle betrokkenen hebben gemeend een verantwoord ondernemersrisico te nemen en in de overtuiging verkeerden dat het project een succes zou worden.
Geïntimeerden hebben deze gestelde perceptie gestaafd door overlegging van een businessplan, een subsidietoekenning en een financieringstoezegging van de bank. Volgens geïntimeerden is de insolvabiliteit van geïntimeerde het gevolg van het gegeven dat P in een deconfiture is geëindigd, als gevolg waarvan haar activa afgewaardeerd moesten worden.
In zijn reactie op dit verweer heeft appellante gesteld, samengevat weergegeven, dat geïntimeerde, als bestuurder van P , al in september 2009 wist, althans had behoren te weten, dat P een bodemloze put was en dat de situatie toen uitzichtloos, alarmerend, penibel en financieel beroerd was. Er was op het moment van de geldverstrekking door appellante sprake van aanzienlijke verliezen en een substantieel negatief vermogen, waarin tegen beter weten in andermans geld werd gestoken. Geïntimeerde was vrijwel volledig afhankelijk van het wel en wee van het project P, zodat geïntimeerde wist dat geïntimeerde 2 geen reële zekerheid aan appellante kon verschaffen. Geïntimeerde had onder die omstandigheden niet het ertoe mogen leiden dat geïntimeerde 2 zich borg stelde voor de verplichtingen van P, aldus de advocaat van appellante.
Bestuurdersaansprakelijkheid bij borgtocht
Aansprakelijkheid van geïntimeerde op grond van onrechtmatige daad voor schade van appellante vergt dat zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van appellante in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (HR 8 december 2006, NJ 2006, 659 en HR 23 mei 2014, NJ 2014, 325).
Zoals in het tussenarrest al, onder verwijzing naar HR 5 september 2014, , NJ 2015, 21), is overwogen, impliceert zulks dat geïntimeerde bij het aangaan van de borgtochtovereenkomst namens geïntimeerde 2 moet hebben geweten dat P haar schuld uit de overeenkomst van geldlening niet aan appellante zou terugbetalen, dat geïntimeerde 2 dan uit hoofde van de borgtochtovereenkomst door appellante zou worden aangesproken en dat geïntimeerde 2 dan niet in staat zou zijn om haar aandeel in de schuld aan appellante te voldoen.
In haar akte is appellante niet ingegaan op de stukken waarmee geïntimeerden hebben gemotiveerd dat geïntimeerde in 2009 in de veronderstelling verkeerde dat P, mede met behulp van de investering van appellante, een succes zou worden. Appellante heeft dus evenmin de juistheid van deze stukken betwist noch uiteengezet waarom geïntimeerde niet op deze stukken heeft mogen vertrouwen.
Aangenomen moet dan ook worden dat geïntimeerde in 2009 heeft kunnen uitgaan van deze stukken en daarmee dat hij in de gerechtvaardigde veronderstelling heeft verkeerd dat sprake was van een verantwoorde investering in P, toen hij zich in 2009 onder meer namens geïntimeerde 2 borg stelde voor de schuld van P. Bij deze stand van zaken valt niet in te zien waarom geïntimeerde zodanig onzorgvuldig jegens appellante heeft gehandeld dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aan bewijs van de stellingen van appellante wordt aldus niet toegekomen.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over bestuurdersaansprakelijkheid in het ondernemingsrecht of over de overeenkomst van borgtocht, belt u dan gerust onze advocaat bestuurdersaansprakelijkheid of onze advocaat contractenrecht op 020-3980150.