Van onze advocaat bedrijfsovername. De Rechtbank Amsterdam heeft op 19 juli 2017 uitspraak gedaan over de schadevergoeding bij het afbreken van onderhandelingen over de overname van aandelen in een onderneming.
De vaststelling dat er nog geen (romp)overeenkomst tussen S en I tot stand is gekomen, staat niet in de weg aan een oordeel dat de onderhandelingen tussen S en I wel dermate ver waren gevorderd, dat I erop mocht vertrouwen dat deze onderhandelingen in de totstandkoming van een overeenkomst strekkende tot overdracht van de aandelen in I aan S zouden resulteren.
Als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen, die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen, vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn.
Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij.
Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen (Hoge Raad 12 augustus 2005, HR:2005:AT7337 (CBB/JPO)).
Het gerechtvaardigde vertrouwen kan ook voortvloeien uit omstandigheden anders dan de contractonderhandelingen zelf (Hoge Raad 31 mei 1991, HR:1991:ZC0255 (Vogelaar/Skil)).
De Hoge Raad heeft in het arrest CBB/JPO uitdrukkelijk overwogen dat de lat hoog ligt om tot dit oordeel te komen (de te hanteren maatstaf is in de woorden van de Hoge Raad een “strenge die tot terughoudendheid noopt”). Desondanks is de rechtbank van oordeel dat de gang van zaken rond de onderhandelingen zelf en in het bijzonder ook de overige omstandigheden zodanig zijn dat in dit geval de lat wordt gehaald.
I mocht er gezien de gang van zaken rond de onderhandelingen zelf en in het bijzonder ook de overige omstandigheden op vertrouwen dat deze onderhandelingen in de totstandkoming van een overeenkomst strekkende tot overdracht van de aandelen in I aan S zouden resulteren.
De werkelijke reden voor het afbreken van de onderhandelingen, de investeringsstop , moet voor rekening en risico van S komen en kan het afbreken van de onderhandelingen niet rechtvaardigen. Eigenlijk onderstreept het feit dat er een van buiten komende oorzaak was waardoor de overname niet door kon gaan juist dat het niet doorgang vinden van de overname niet aan I kan worden tegengeworpen.
Nu het afbreken van de onderhandelingen door S onaanvaardbaar is, betekent dit dat S de schade die I dientengevolge heeft geleden zal moeten vergoeden.
Dat in de, niet door partijen ondertekende, Letter of Intent is opgenomen dat ieder van partijen de eigen kosten in verband met de transactie zal dragen, staat hier niet aan in de weg. Derhalve ligt thans de vraag voor hoe de omvang van de schade moet worden vastgesteld.
De advocaat van I verzoekt de rechtbank primair de zaak hiertoe naar de schadestaatprocedure te verwijzen. Omdat het, zoals I ook zelf stelt, niet eenvoudig, en naar alle waarschijnlijkheid zelfs onmogelijk, zal zijn om de schade nauwkeurig vast te stellen, ziet de rechtbank geen aanleiding de zaak te verwijzen naar de schadestaatprocedure. De rechtbank zal de schade (moeten) schatten.
Het vaststellen van de schadevergoeding
Als uitgangspunt voor de berekening van de omvang van de schadevergoeding dient dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis (derhalve het afbreken van de onderhandelingen) zou zijn uitgebleven.
Dit betekent dat dat de schade in beginsel moet worden berekend met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval.
Dit brengt mee dat de omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden.
Voor het schatten van de hoogte van de schade is de rechtbank voorlopig van oordeel dat voor het bepalen van de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden, rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat het in verband met de investeringsstop zeer onwaarschijnlijk is dat de overname daadwerkelijk doorgang zou hebben gevonden.
Op de voet van artikel 6:98 BW geldt voorts dat slechts die schade voor vergoeding in aanmerking komt die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van S berust (derhalve het afbreken van de onderhandelingen) dat zij haar, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg van deze gebeurtenis (het afbreken van de onderhandelingen) kan worden toegerekend.
Dit betekent dat bij het schatten van de schade in ieder geval, en voor zover de rechtbank thans kan overzien, mogelijk mee zullen worden genomen: de redelijke kosten die I heeft gemaakt ten behoeve van het onderhandelingsproces, een redelijke vergoeding voor de verrichte werkzaamheden (waarin begrepen vergoeding voor de in dat verband gemaakte kosten), redelijke kosten die I heeft gemaakt in het vertrouwen dat de overname door zou gaan, de gederfde huur voor het bedrijfspand en de kosten van renovatie van het bedrijfspand.
Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.
Heeft u vragen over de overname van een onderneming of bedrijf, over de overname van aandelen of over afgebroken onderhandelingen en schadevergoeding, belt u dan gerust onze advocaat bedrijfsovername op 020-3980150.