Van onze advocaat contractenrecht. Op 13 april 2016 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan over de partiële opzegging van een distributieovereenkomst. De gedeeltelijke opzegging is een eenzijdige wijziging van de overeenkomst. Als uitgangspunt heeft te gelden dat een overeenkomst in beginsel niet eenzijdig kan worden gewijzigd.
De advocaat van R heeft in de eerste plaats aangevoerd dat de gedeeltelijke opzegging van de distributieovereenkomst niet mogelijk was. Waar D stelt de overeenkomst gedeeltelijk te hebben opgezegd, gaat het volgens de advocaat van R in wezen om een eenzijdige wijziging van de tussen partijen bestaande overeenkomst. Daarvoor is geen grondslag te vinden in de overeenkomst of de wet. Met die wijziging van D heeft R niet ingestemd. Volgens de advocaat van R had D of het gehele contract moeten opzeggen, of niet. D heeft daartegen ingebracht dat een gedeeltelijke opzegging niet anders dient te worden beoordeeld dan een algehele opzegging van de relatie.
De rechtbank dient allereerst te beoordelen hoe de gedeeltelijke opzegging door D juridisch moet worden gekwalificeerd. Niet in geschil is dat partijen met elkaar een distributieovereenkomst zijn aangegaan, waarbij D R exclusiviteit heeft verleend voor de levering van de door D geproduceerde machines op de Nederlandse markt. Die overeenkomst is niet schriftelijk vastgelegd. De exclusiviteit van R op de Nederlandse markt vormt voor R een wezenlijk onderdeel van de tussen partijen geldende distributieovereenkomst: op basis daarvan heeft R (de 26 jaar voorafgaand aan de gedeeltelijke opzegging door D) haar bedrijfsvoering gevoerd en ingericht. D beoogde met de gedeeltelijke opzegging een einde te maken aan de aan R op de Nederlandse markt verleende exclusiviteit en beoogde in zoverre een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst te wijzigen.
Een duurovereenkomst is in beginsel opzegbaar. Wanneer partijen bevoegd zijn om een overeenkomst op te zeggen, vloeit daaruit voort dat zij niet verplicht zijn de overeenkomst ongewijzigd voort te zetten. Dat betekent evenwel nog niet dat zij bevoegd zijn tot eenzijdige wijziging van de overeenkomst.
Indien noch de wet, noch de overeenkomst voorziet in de mogelijkheid van eenzijdige wijziging, heeft als uitgangspunt te gelden dat een overeenkomst in beginsel niet eenzijdig kan worden gewijzigd. Een overeenkomst berust op wilsovereenstemming tussen partijen. Een latere wijziging van de overeenkomst dient in beginsel ook op wilsovereenstemming te berusten. Als een van de contractspartijen aanpassing van de gesloten overeenkomst wenst, dient zij daarover met de wederpartij in onderhandeling te treden.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt over een door een van de partijen gewenste wijziging, kan die partij met een beroep op onvoorziene omstandigheden bij de rechter wijziging of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst vorderen (artikel 6:258 BW). Daarnaast kan in dit verband ook artikel 6:248 BW een rol spelen. Ingevolge het tweede lid van artikel 6:248 BW is een tussen partijen als gevolg van de overeenkomst geldende regel niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. De partij die zich met het oog op een wijziging van hetgeen tussen partijen is overeengekomen, beroept op onvoorziene omstandigheden of de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, zal aannemelijk moeten maken dat is voldaan aan de hoge drempel van artikel 6:258 BW respectievelijk artikel 6:248 lid 2 BW. De redelijkheid en billijkheid verlangen in de eerste plaats immers trouw aan het gegeven woord.
Hoewel een partij zonder contractuele bevoegdheid daartoe buiten de hiervoor genoemde bepalingen niet bevoegd is de overeenkomst zonder de instemming van haar wederpartij te wijzigen, kan zij haar wederpartij wel een wijziging voorstellen en bij afwijzing van dat voorstel de overeenkomst opzeggen. De wederpartij kan uiteraard niet gedwongen worden om de wijziging te accepteren, maar moet dan mogelijk accepteren dat de overeenkomst wordt beëindigd.
Het middel opzegging is bedoeld om tot een beëindiging van een bestaande betrekking te komen. Anders dan D stelt, kan dit middel niet worden aangewend om tot wijziging van de tussen partijen geldende distributieovereenkomst te komen. Voor een wijziging van een betrekking, als door D middels de gedeeltelijke opzegging werd beoogd, is opzegging derhalve niet het juiste instrument. De opzegging van de distributieovereenkomst door D is dan ook niet rechtsgeldig te achten. Daaruit volgt dat D jegens R schadeplichtig is voor de schade die voor R voortvloeit uit de ongeldige opzegging van de distributieovereenkomst. Dat betekent dat de door R gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.
Indien U vragen heeft aan onze advocaat contractenrecht over de opzegging van een overeenkomst of over een distributieovereenkomst belt u dan onze advocaat contractenrecht op 020-7400521 of stelt u hier een vraag aan onze advocaat contractenrecht.