Van onze advocaat aandeelhouder. Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 14 december 2017 uitspraak gedaan over wanbeleid in een onderneming. Verstoorde relatie. Impasse?

A heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de onderneming. Ter toelichting heeft A – kort samengevat – het volgende naar voren gebracht:

De verhoudingen tussen A en C zijn ernstig verstoord waardoor normaal overleg en besluitvorming als vrucht van overleg niet langer mogelijk is. De onderneming kan als gevolg van de impasse binnen het bestuur en de aandeelhoudersvergadering niet voldoen aan haar wettelijke en statutaire verplichtingen, zoals het vaststellen van de jaarrekeningen en het indienen van belastingaangiften. De impasse ondermijnt de bedrijfsvoering en het beleid van de onderneming.

Noodzakelijke beslissingen rondom het treffen van reorganiserende maatregelen worden als gevolg van het staken van de stemmen niet genomen. Ook het personeel lijdt onder de gespannen situatie. Nu de onderneming enig aandeelhouder en tevens bestuurder van S is, is ook binnen die vennootschap sprake van een impasse;

Reguliere zakelijke kosten die voor de oprichting van de vennootschappen altijd door de maatschap werden betaald, zoals premies voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen, sponsoringskosten, autokosten en studiekosten, worden sinds de echtscheiding, op instructie van de bestuurder ineens als privékosten in rekening-courantpositie van A opgenomen.

De bestuurder handelt hiermee in strijd met de op grond van artikel 2:8 BW jegens A in acht te nemen redelijkheid en billijkheid omdat hij weet dat A de kosten op basis van haar huidige salaris niet in privé kan dragen;

De bestuurder is binnen het bestuur verantwoordelijk voor het verrichten van de betalingen, maar rekeningen worden door hem niet tijdig voldaan waardoor de vennootschappen diverse boetes opgelegd heeft gekregen.

De onderneming en de bestuurder hebben gemotiveerd verweer gevoerd tegen de stellingen van A. Kort gezegd voeren zij het volgende aan. Als gevolg van de echtscheiding en gemeenschapsverdeling behoren persoonsgebonden kosten vanaf 1 januari 2017 te worden toebedeeld aan de desbetreffende persoon.

Ook gelet op de nijpende financiële situatie van de vennootschap dienen verschillende door A opgevoerde niet zakelijke kosten zoals sponsoring van Stichting Hippische Vrienden en de kosten van haar advocaat, alsmede premies voor persoonlijke voorzieningen zoals pensioen en een arbeidsongeschiktheidsverzekering of vakantiegeld, niet (langer) ten laste van de vennootschappen te komen. A zet de financiële positie van de onderneming nodeloos onder druk door substantiële bedragen (over 2017 tot op heden ca. € 40.000) van de zakelijke rekening op te nemen, terwijl A niet bereid is tot het maken van afspraken over het terugbrengen van de aanzienlijke rekening-courant schuld aan de onderneming.

De onderneming en de bestuurder onderschrijven evenwel het standpunt van A dat de verhoudingen tussen A en de bestuurder al geruime tijd ernstig zijn verstoord en dat van normaal overleg tussen beiden geen sprake is. Noodzakelijke besluitvorming binnen zowel het bestuur als de aandeelhoudersvergadering, zowel ten aanzien van het vaststellen van de jaarrekeningen over 2016 van de ondernemingen als ten aanzien van de bedrijfsvoering van de tandartspraktijk blijkt als gevolg van de patstelling niet mogelijk.

Wanbeleid in onderneming. Verstoorde relatie. Impasse? Patstelling?

Met betrekking tot het verzoek overweegt de Ondernemingskamer als volgt.

De Ondernemingskamer is met partijen van oordeel dat de verhouding tussen A en de bestuurder dusdanig is verstoord dat sprake is van een patstelling in de besluitvorming waardoor de organen van de ondernemingen (alle (indirect) bestaande uit A en de bestuurder) niet meer naar behoren kunnen functioneren en dat reeds op die grond moet worden getwijfeld aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de beide vennootschappen.

Ook onderschrijft de Ondernemingskamer de opvatting van partijen dat het belang van de ondernemingen vergt dat onmiddellijke voorzieningen als door partijen gezamenlijk verzocht worden getroffen.

Zoals ter zitting met partijen is besproken zijn de vaststelling en zo spoedig mogelijke deponering van de jaarrekening 2016 van de ondernemingen en het maken van afspraken tussen A en de bestuurder omtrent de omvang van de rekening-courantverhouding van de onderneming met het bestuur, gelet op de huidige financiële situatie, de meest urgente kwesties.

Dit betekent dat het belang van de ondernemingen vergt dat een onmiddellijke voorziening wordt getroffen gericht op de adequate besluitvorming door het bestuur en de aandeelhoudersvergadering van de ondernemingen.

De Ondernemingskamer zal daartoe een tijdelijk bestuurder benoemen met de bevoegdheden als in het dictum omschreven en zal aan deze bestuurder tevens de aandelen in de onderneming – met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer overdragen.

De te benoemen bestuurder tevens beheerder mag het bovendien tot zijn taak rekenen een minnelijke regeling tussen partijen te beproeven.

De Ondernemingskamer zal de beslissing op de verzoeken tot het gelasten van een enquête pro forma aanhouden voor de duur van drie maanden. Elk van partijen kan na afloop van deze termijn de Ondernemingskamer verzoeken alsnog te beslissen op de enquêteverzoeken, in welk geval de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid zal stellen zich uit te laten over ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan na de datum van de mondelinge behandeling op 7 december 2017.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag over het ondernemingsrecht, over aandeelhouders, over wanbeleid in een onderneming of over voorlopige voorzieningen bij de Ondernemingskamer, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.