Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 21 april 2020 uitspraak gedaan over een vordering tot vernietiging van een besluit van een vennootschap wegens strijdig belang.

Appellante vordert vernietiging van bestuursbesluiten en het besluit van 12 juni 2017 op grond van artikel 2:15 lid 1 sub a BW jo. artikel 2:239 lid 6 BW (strijdig belang) en/of artikel 2:15 lid 1 sub b BW jo. artikel 2:8 BW (strijd redelijkheid en billijkheid).

Vernietiging besluit vennootschap wegens strijdig belang? Vernietiging besluit vennootschap wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid?

De rechter oordeelt als volgt.

Het beroep op vernietiging wegens strijdig belang faalt op grond van het volgende.

De enkele omstandigheid dat een vennootschap, vertegenwoordigd door haar bestuurder, handelt met een andere vennootschap waarbij die bestuurder als bestuurder tevens (indirect) groot aandeelhouder nauw is betrokken (persoonlijk belang), brengt niet noodzakelijkerwijs en zonder meer – dus los van enige (andere) concrete omstandigheid – met zich dat eerst genoemde vennootschap een tegenstrijdig belang heeft met die bestuurder.

Er kan sprake zijn van een tegenstrijdig belang, maar dat hoeft niet het geval te zijn.

Of daarvan sprake was, dient beoordeeld te worden op basis van daartoe naar voren gebrachte, voldoende geadstrueerde, omstandigheden die zodanig van invloed kunnen zijn geweest op de besluitvorming van de betrokken bestuurder dat hij zich niet in staat had mogen achten tot en had moeten onthouden van deelname aan de besluitvorming (Hoge Raad, 29 juni 2007, HR:2007:BA0033).

Het enkele feit dat het hier ging om handelen van geïntimeerde met haar aandeelhouder en bestuurder van M dan wel de bestuurder en (indirect) aandeelhouder van M, maakt niet dat hier sprake was van een belang van M dat strijdig was met dat van geïntimeerde en/of dat M zich van besluitvorming had moeten onthouden.

Andere feiten of omstandigheden waaruit dat wel zou moeten volgen heeft appellante niet aangevoerd.

Tenslotte heeft geïntimeerde er terecht op gewezen dat het besluit van 12 juni 2017 niet voor vernietiging op deze grond in aanmerking komt nu dat besluit door zelfstandig bevoegd bestuurder als door de OK benoemd zelfstandig bevoegd bestuurder en bestuurder met beslissende stem genomen is.

Dat een van de besluiten tot stand is gekomen in strijd met de wet, als bedoeld in art. 2:15 lid 1 sub a BW, is het hof niet gebleken.

Het beroep op vernietiging van de besluiten wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid, verwerpt het hof eveneens.

Art. 2:8 BW brengt mee dat de vennootschap zorgvuldigheid moet betrachten met betrekking tot de belangen van haar aandeelhouders.

De uitwerking van deze zorgvuldigheidsplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Bij de beoordeling of een orgaan van een rechtspersoon bij het nemen van een besluit alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid heeft afgewogen past de rechter terughoudendheid en moeten alle belangen en omstandigheden van het geval worden meegewogen (Hoge Raad, 12 juli 2013, HR:2013:BZ9145).

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat aandeelhouder over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.