Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 20 oktober 2020 uitspraak gedaan over de vraag of een voortijdige beëindiging van de overeenkomst van opdracht door de opdrachtgever mogelijk was wegens gebrek aan vertrouwen.

Geïntimeerde betoogt met haar grieven, samengevat, het volgende.

De kantonrechter heeft ook ten onrechte overwogen dat appellante rechtsgeldig heeft opgezegd, zonder dat sprake is van wanprestatie van appellante.

Appellante heeft een opdracht aan geïntimeerde verstrekt, die naar aanleiding daarvan met de voorbereidingen is aangevangen.

Vervolgens bleek het lastig, zo niet onmogelijk van appellante de benodigde aanvullende informatie te krijgen of een afspraak te maken.

Daarna heeft appellante eerst laten weten niet verder te willen, om daarna op een afspraak aan te sturen om die, eenmaal gemaakt, zelf weer af te zeggen.

Dat kwalificeert niet als een regelmatige opzegging.

Overeenkomst van opdracht. Voortijdige beëindiging van de overeenkomst door de opdrachtgever mogelijk wegens gebrek aan vertrouwen? Redelijk loon.

De rechter oordeelt als volgt.

Het hof stelt vast dat de communicatie tussen partijen moeizaam is verlopen.

Daar zijn partijen het in ieder geval over eens.

Het hof laat in het midden welke partij wel of niet voldoende bereikbaar is geweest en welke partij wel of niet voldoende heeft geprobeerd contact op te nemen met de ander.

De enkele omstandigheid van de moeilijke communicatie kon appellante naar het oordeel van het hof, gezien de aard en strekking van de overeenkomst waarbij goede samenwerking van groot belang is, redelijkerwijs het vertrouwen in die goede samenwerking met geïntimeerde doen verliezen.

De door appellante hierop gegronde beëindiging van de overeenkomst is daarom niet aan appellante te wijten en haar is ook geen verwijt te maken van het onbetaald laten van de facturen van geïntimeerde.

Aan de orde is nu of appellante in verband met haar opzegging van de overeenkomst van opdracht met geïntimeerde al dan niet enig bedrag aan geïntimeerde is verschuldigd.

Uit artikel 7:408 lid 1 BW volgt dat uitgangspunt is dat appellante als opdrachtgever te allen tijde de overeenkomst kan opzeggen.

Appellante heeft met haar grief allereerst betoogd dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de redelijkheid en billijkheid in dit geval meebrengen dat appellante de overeenkomst enkel tegen betaling van een toereikende vergoeding mocht opzeggen.

Het hof stelt vast dat de kantonrechter in haar motivering verwijst naar artikel 7:406 lid 1 BW in relatie tot de redelijkheid en billijkheid.

Het hof overweegt dat de grondslag voor een vergoeding voor geïntimeerde in dit geval, waar appellante de overeenkomst heeft opgezegd, artikel 7:411 BW is.

Artikel 7:411 lid 1 BW bepaalt dat indien de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht en de verschuldigdheid van loon afhankelijk is van de volbrenging daarvan, geïntimeerde als opdrachtnemer recht heeft op een naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon.

In dit geval volgt uit de overeenkomst dat appellante het overeengekomen loon is verschuldigd als tegenprestatie.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat contractenrecht over het ondernemingsrecht, over het vennootschapsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, belt u dan gerust onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het contractenrecht of het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het ondernemingsrecht. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.