Van onze advocaat aandeelhouder. Op 14 februari 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan over de vaststelling van de waarde van aandelen bij de uitkoop van een aandeelhouder.

Volgens vaste rechtspraak wordt in uitkoopprocedures die volgen op een openbaar bod, voor het vaststellen van de prijs van de uit te kopen aandelen als uitgangspunt gehanteerd dat de peildatum gelijk is aan de datum van de betaalbaarstelling onder het bod, mits de bieder dan ten minste 95% van het geplaatste kapitaal en ten minste 95% van de stemrechten van de doelvennootschap houdt. Er kunnen zich omstandigheden voordoen die rechtvaardigen dat een andere datum als peildatum wordt gekozen. Tot die omstandigheden kan behoren een aanzienlijk tijdsverloop tussen de betaalbaarstelling onder het bod (of het overschrijden van de 95%-grens) en de dag van dagvaarding.

De advocaat van A heeft ten aanzien van de vast te stellen prijs voor de over te dragen aandelen betoogd dat in deze uitkoopprocedure dit genoemde uitgangspunt behoort te worden gehanteerd, dat er geen reden is daarvan af te wijken en dat moet worden aangesloten op de door A onder het bod geboden prijs van US$ 25 per aandeel. De advocaat van A stelt dat als peildatum 31 oktober 2016 dient te worden gehanteerd. Dit is de eerste werkdag na het eindigen van de termijn waarop de laatste betaling van de biedprijs voor de in de na-aanmeldingstermijn aangemelde aandelen is verricht.

In samenhang met de door A overgelegde stukken, waaronder een notariële verklaring, staat genoegzaam vast dat A op 31 oktober 2016 voor eigen rekening meer dan 95% van de aandelen in de onderneming hield. De Ondernemingskamer acht het derhalve, ook gelet op het korte tijdsverloop tussen deze datum en de dag van dagvaarding, gerechtvaardigd 31 oktober 2016 als peildatum voor het vaststellen van de waarde van de uit te kopen aandelen te hanteren.

Op grond van de volgende feiten en omstandigheden moet worden aangenomen dat de biedprijs ten tijde van het bod ten minste gelijk was aan de waarde van de aandelen.

Het bod is op grote schaal aanvaard. Bij de berekening van de acceptatiegraad van het bod laat de Ondernemingskamer de door de onderneming zelf gehouden aandelen buiten beschouwing. Ten tijde van het bod bestond het geplaatst kapitaal uit 54.763.151 aandelen. A heeft gesteld dat de onderneming voorafgaand aan het openbaar bod 4.033.122 eigen aandelen hield, dat A thans nog 1 eigen aandeel houdt en dat er thans nog 1.552.384 aandelen geregistreerd staan op de naam van C. Het relevante aantal aandelen waarop het bod betrekking had is dus (54.763.151 minus 4.033.122) 50.730.029 en het relevante aantal door het bod verkregen aandelen is dus (50.730.029 minus 1.552.384) 49.177.645. De acceptatiegraad is dus 96,9%.

De raad van bestuur en raad van commissarissen van A hebben het openbaar bod ondersteund en aanbevolen. Fairness opinions van 6 juli 2016 houden in dat de biedprijs fair is. A heeft naar voren gebracht nooit meer dan US$ 25 per aandeel te hebben betaald voor aandelen in het geplaatste kapitaal. Er zijn geen gedaagden in het geding verschenen die bezwaren kenbaar hebben gemaakt tegen de gevorderde uitkoopprijs.

Sinds het bod is tot de peildatum slechts beperkte tijd verstreken. Er is geen reden te veronderstellen dat de waarde van de aandelen sinds het bod is gestegen. De prijs van de over te dragen aandelen per 31 oktober 2016 kan dan ook, conform de vordering, worden vastgesteld op een bedrag van € 22,84 per aandeel.

Heeft u vragen over de uitkoopregeling in het ondernemingsrecht, de uitkoopprocedure bij de ondernemingskamer of over de waardebepaling van aandelen bij uitkoop van aandeelhouders, belt u dan gerust onze advocaat aandeelhouder op 020-3980150.