De Rechtbank Noord-Holland heeft op 22 mei 2020 uitspraak gedaan over de oplevering, opneming en goedkeuring van het uitgevoerde werk bij een overeenkomst van aanneming van werk.

Partijen hebben in juni 2017 een overeenkomst tot aanneming van werk gesloten, met A als aannemer en gedaagde als opdrachtgever.

Deze aannemingsovereenkomst strekte tot verbouwing en uitbreiding van de woning van gedaagde.

Aanneming van werk. Geschil tussen aannemer en opdrachtgever. Oplevering, opneming en goedkeuring. UAV 2012. Stilzwijgende goedkeuring.

De rechter oordeelt als volgt.

De rechtbank zal ingaan op de vraag of sprake is van een opneming, (stilzwijgende) goedkeuring en oplevering op grond van de UAV.

Uitgangspunten en systeem van de UAV

Onder oplevering wordt verstaan het overeenkomstig de inhoud en strekking van de aannemingsovereenkomst ter beschikking stellen van het werk aan de opdrachtgever na voltooiing.

De procedure voor de opneming en oplevering van werken is geregeld in § 9 en § 10 UAV.

De procedure begint met een schriftelijk verzoek van de aannemer om het werk op te nemen, gevolgd door opneming en goedkeuring of onthouding daarvan.

Van belang is dat de UAV de opneming van het werk niet zien als een verplichting van de opdrachtgever; de aannemer verzoekt immers om opneming.

Blijft na een verzoek van de aannemer als bedoeld in § 9 lid 1 UAV opneming langer dan 15 dagen uit, dan kan de aannemer op grond van § 9 lid 6 UAV een tweede verzoek om binnen 8 dagen op te nemen tot de directievoerder richten.

Wordt aan dit verzoek niet voldaan dan volgt op de achtste dag na de verzending van de brief van de aannemer automatische goedkeuring van het werk.

De ‘sanctie’ op het niet opnemen door de directievoerder is dus niet de vaststelling dat er sprake is van wanprestatie van de opdrachtgever, maar dat er (op grond van § 9 lid 6 UAV) sprake is van ‘stilzwijgende’ goedkeuring van het werk.

Op een her-opneming na een onthouding van goedkeuring zijn de bepalingen van § 9 leden 1 tot en met 7 UAV van overeenkomstige toepassing.

De van de opneming te onderscheiden oplevering vloeit op grond van § 10 lid 1 UAV voort uit de (al dan niet stilzwijgende) goedkeuring geregeld in § 9 UAV en valt daar mee samen.

Verder is van belang vast te stellen dat de regeling van de UAV ervan uitgaat dat de directievoerder conform het bepaalde in § 3 lid 4 UAV de opdrachtgever vertegenwoordigt bij de opneming.

In beginsel is de opdrachtgever dus gebonden aan de ter zake van de opneming door de directie gedane mededelingen.

Binnen de opnemings- en opleveringsprocedure kunnen dus worden onderscheiden de gereedmelding door de aannemer, de opneming door de directievoerder en de (al dan niet stilzwijgende) goedkeuring die leidt tot oplevering van het werk.

Stilzwijgende goedkeuring doet zich (onder meer) voor indien de directievoerder het werk niet tijdig opneemt.

Anders dan artikel 7:758 lid 1 BW, waarin gesproken wordt van een ‘redelijke termijn’, houden de UAV in § 9 exacte termijnen in aan de hand waarvan kan worden bepaald of sprake is van stilzwijgende goedkeuring.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat contractenrecht recht over het ondernemingsrecht, over het contractenrecht, over bestuurdersaansprakelijkheid, over aandeelhouders of over de uitstoting of uitkoop van aandeelhouders of over de geschillenregeling in het vennootschapsrecht, of over de overeenkomst van opdracht of aanneming van werk, belt u dan gerust onze advocaat contractenrecht recht op 020-3980150.

Wilt u meer weten over het contractenrecht of over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website over het contractenrecht en het ondernemingsrecht. Klik dan hier.

Wilt u meer weten over ons advocatenkantoor? Klik dan hier.