Van onze advocaat ondernemingsrecht. Op 25 november 2015 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan over de toerekenbare tekortkoming van een voortdurende verplichting.

Verzuim

Ingevolge artikel 6:265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van de overeenkomst aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien de geringe aard of betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW).

De overeenkomst die partijen hebben gesloten ziet op een voortdurende verplichting van TSaP tot het inzetten en leveren van straatcoaches. Indien TSaP tekort is geschoten in de nakoming van een dergelijke (voortdurende) verplichting, kan deze weliswaar in de toekomst nog worden nagekomen, maar daarmee wordt de tekortkoming in het verleden niet ongedaan gemaakt en wat deze tekortkoming betreft is nakoming dan ook niet meer mogelijk (zie onder meer Hoge Raad 11 januari 2002, HR:2002:AD4925 en Hoge Raad 22 juni 2007, HR:2007:BA4122). Dat de straatcoaches niet de afgesproken uren hebben gewerkt en de dagrapportages niet (altijd) naar waarheid hebben ingevuld, is niet meer te herstellen. De verplichting van TSaP op grond van de overeenkomst moet, gezien de afspraken van partijen te dien aanzien, anders dan TSaP heeft betoogd, niet worden aangemerkt als een inspanningsverbintenis, maar als een resultaatsverbintenis. TSaP heeft zich ertoe verbonden een bepaald aantal uren, op gezette tijden te werken en deze uren deugdelijk te verantwoorden. Daarin is zij tekortgeschoten. Dat betekent dat verzuim niet was vereist en dat de Gemeente TSaP niet eerst in gebreke hoefde te stellen alvorens zij de ontbinding van de overeenkomst inriep.

Rechtvaardigt de tekortkoming de ontbinding?

TSaP voert aan dat de tekortkoming gezien de geringe betekenis ervan de ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt. Dit verweer gaat niet op. In de overeenkomst is vastgelegd dat de medewerkers van TSaP dagrapportages moeten bijhouden. Dat gegeven moet als een tekortkoming worden gezien die voldoende ernstig is om de ontbinding van de overeenkomst en de gevolgen daarvan te rechtvaardigen.

Redelijkheid en billijkheid

Van de situatie dat de ontbinding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. TSaP legt aan deze stelling in de kern genomen geen andere argumenten ten grondslag dan die welke hiervoor reeds zijn besproken. Voor zover TSaP betoogt dat de Gemeente in redelijkheid niet tot ontbinding kon overgaan omdat voorheen altijd naar tevredenheid door TSaP werd gepresteerd, faalt dit. Ook de omstandigheid dat de Gemeente op 11 september 2012 niet meteen het rapport van Hoffmann aan TSaP heeft overhandigd, hetgeen wel op zijn plaats zou zijn geweest zodat TSaP zich direct had kunnen verweren met betrekking tot de in het rapport getrokken conclusies, maakt de ontbinding niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, mede omdat TSaP niet heeft toegelicht dat en waarom dit tot een andere uitkomst zou hebben geleid.

De conclusie van het voorgaande is dat wegens de tekortkoming van TSaP in de nakoming van de overeenkomst de Gemeente gerechtigd was deze te ontbinden.

Indien U vragen heeft over toerekenbare tekortkoming en ontbinding van overeenkomsten in het contractenrecht belt u dan onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150 of stelt u hier een vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht.