Van onze advocaat ondernemingsrecht. Onlangs heeft de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan over wanbeleid in een onderneming. Ingrijpen is volgens de rechter dringend en met spoed noodzakelijk gelet op de impasse in het bestuur van de onderneming en de algemene vergadering van aandeelhouders waardoor besluitvorming achterwege blijft. De verhouding tussen de aandeelhouders is dusdanig verstoord dat de organen van de vennootschap niet meer naar behoren kunnen functioneren, waardoor de besluitvorming is gestagneerd, een eenduidige strategie en een eenduidig beleid om de financiële problemen het hoofd te bieden ontbreekt en de continuïteit van de onderneming in gevaar is. Dit levert gegronde redenen op om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van C te twijfelen. Voor dit oordeel kan in het midden blijven wat de rol van ieder der partijen afzonderlijk hierin is en of de over en weer gemaakte verwijten terecht zijn. Bij wijze van onmiddellijke voorzieningen wordt een bestuurder benoemd en 5% van de door iedere aandeelhouder gehouden aandelen in de vennootschap aan hem overgedragen.
De advocaat van B heeft aan haar stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken van C en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen ten grondslag gelegd, samengevat weergegeven, dat C zich in een precaire financiële positie bevindt en dat zonder ingrijpen een faillissement van de C groep onontkoombaar is. Binnen het bestuur en in de algemene vergadering van aandeelhouders van C is er een impasse in de besluitvorming ontstaan waardoor het niet mogelijk is om aanvullende financiering aan te trekken. Dit heeft tot gevolg dat de continuïteit van C en haar dochtervennootschappen in gevaar is. B wijt dit een en ander aan de houding van I, die naar B heeft gesteld noodzakelijke besluitvorming vertraagt of tegenhoudt. In dat verband heeft B naar voren gebracht dat I weigert een kapitaalstorting te doen en ook overigens niet meewerkt aan een oplossing (verkoop van aandelen, uitkoop of splitsing). Bovendien heeft I geweigerd om de voor de dagelijkse ondernemingsactiviteiten noodzakelijke volmacht aan C te verlengen. Ingrijpen door het treffen van de verzochte onmiddellijke voorzieningen is dringend noodzakelijk om insolventie af te wenden, aldus de advocaat van B.
I heeft aan haar stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en juiste gang van zaken van C en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen ten grondslag gelegd, samengevat weergegeven, dat de financiële problemen binnen de C groep met name te wijten zijn aan de sterke daling van de prijs van nikkel, dat deze problemen zijn versterkt doordat banken niet langer bereid zijn kredieten te verstrekken of te verlengen en dat tussen de aandeelhouders en binnen het bestuur ernstige verschillen van inzicht zijn ontstaan over het beleid en de strategie van de C groep. De verstandhouding binnen het bestuur en tussen de aandeelhouders van C is inmiddels dermate ernstig verstoord, dat er op beide niveaus een impasse is, waardoor er geen overeenstemming kan worden bereikt over de wijze waarop de financiële crisis het hoofd kan worden geboden. Volgens de advocaat van I werkt B niet mee aan door I voorgestelde oplossingen (verkoop van aandelen, uitkoop, splitsing, het inschakelen van een extern adviseur van het management. Voorts meent de advocaat van I dat de reikwijdte van een volmacht aan C moet worden beperkt. Ingrijpen door het treffen van de verzochte onmiddellijke voorzieningen is dringend noodzakelijk om verdere escalatie en een faillissement af te wenden.
Ter terechtzitting hebben de advocaten namens partijen desgevraagd bevestigd dat zij van mening verschillen over het antwoord op de vraag aan wie het een en ander te wijten is, maar dat zij het erover eens zijn dat ingrijpen dringend en met spoed noodzakelijk is gelet op de impasse in zowel het bestuur als de algemene vergadering van aandeelhouders, waardoor met het oog op het voortbestaan van C noodzakelijke besluitvorming achterwege blijft. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer blijkt uit de gedingstukken en de toelichting ter terechtzitting genoegzaam dat die conclusie gegrond is. De verhouding tussen B en I is dusdanig verstoord dat de organen van C, niet meer naar behoren kunnen functioneren, waardoor de besluitvorming is gestagneerd, een eenduidige strategie en een eenduidig beleid om de financiële problemen het hoofd te bieden ontbreekt en de continuïteit van de onderneming in gevaar is. Dit levert gegronde redenen op om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van C te twijfelen. Voor dit oordeel kan in het midden blijven wat de rol van ieder der partijen afzonderlijk hierin is en of de over en weer gemaakte verwijten terecht zijn.
De Ondernemingskamer wijst gelet op de toestand waarin C blijkens de voorgaande overwegingen verkeert, het door partijen gedane gezamenlijke verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen toe. De Ondernemingskamer benoemt een derde als bestuurder van C aan wie in het bestuur van C, voor zover nodig in afwijking van de statuten, een doorslaggevende stem toekomt en die zelfstandig bevoegd is C te vertegenwoordigen en zonder wie deze vennootschap niet vertegenwoordigd kan worden. Aangezien de aan B verleende volmacht zich niet met deze voorziening verhoudt, zal de Ondernemingskamer deze volmacht schorsen. Daarnaast draagt de Ondernemingskamer 5% van de door B en 5% van de door I gehouden aandelen in het kapitaal van C ten titel van beheer over aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder.
Indien U vragen heeft aan onze advocaat over wanbeleid van een onderneming of over voorlopige voorzieningen bij wanbeleid belt u dan onze advocaat ondernemingsrecht op 020-7400521 of stelt u hier een vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht.