Van onze advocaat ondernemingsrecht. Op 11 januari 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam een onmiddellijke voorzieningen getroffen omdat de verstandhouding tussen de twee bestuurders zodanig ernstig verstoord was dat de verwachting gerechtvaardigd was dat besluitvorming binnen het bestuur en binnen de algemene vergadering van aandeelhouders zou vastlopen.

De Ondernemingskamer overwoog als volgt. Uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen blijkt dat de verstandhouding tussen de bestuurders A en B zich kenmerkt door een groot onderling wantrouwen en dat hun onderlinge verhouding inmiddels zodanig ernstig is verstoord, dat de verwachting gerechtvaardigd is dat besluitvorming binnen het bestuur en binnen de algemene vergadering van aandeelhouders zal vastlopen. Daarnaast heeft B aan A niet de gelegenheid geboden om tezamen met hem de vennootschap te besturen, hetgeen zich niet verdraagt met het vereiste van collegiaal bestuur van de vennootschap. A en B spreken niet meer met elkaar. Alleen al deze omstandigheden vormen een gegronde reden om aan een juist beleid en aan een juiste gang van zaken van de onderneming te twijfelen.

De voorgaande overwegingen leiden tot de conclusie dat er een onderzoek zal worden gelast naar het beleid en de gang van zaken van de onderneming. Dat er in het verleden geen algemene vergaderingen van aandeelhouders werden gehouden en dat besluitvorming op informele wijze plaatsvond, is op zichzelf geen reden om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van de onderneming te twijfelen.

Zoals de Ondernemingskamer al heeft geconstateerd is de verhouding tussen B en A dusdanig verstoord dat het bestuur en de algemene vergadering van aandeelhouders niet meer naar behoren kunnen functioneren Er is een impasse op zowel bestuurders als aandeelhoudersniveau waardoor de verwachting gerechtvaardigd is dat besluitvorming zal stagneren. Deze toestand van de onderneming noopt tot het treffen van de navolgende onmiddellijke voorzieningen. De Ondernemingskamer zal een hierna te noemen persoon tot bestuurder met beslissende stem benoemen, hetgeen betekent dat de stem van deze bestuurder in alle gevallen de doorslag geeft, ook indien deze stem afwijkt van de overige stemmen. Zonder deze bestuurder kan de vennootschap niet worden vertegenwoordigd. De Ondernemingskamer zal voorts de aandelen in de onderneming- met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders – ten titel van beheer over dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder.

Indien U vragen heeft over aandeelhouders in het ondernemingsrecht of over de Ondernemingskamer belt u dan onze advocaat ondernemingsrecht op 020-3980150 of stelt u hier een vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht.