Van onze advocaat bedrijfsovername. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 1 augustus 2017 uitspraak gedaan over de vraag of het procederen over de overname van aandelen onrechtmatig was en misbruik van procesrecht opleverde.
De advocaat van geïntimeerde heeft in de onderhavige procedure bij dagvaarding v gevorderd dat appellant wordt veroordeeld tot betaling aan haar van € 1.677.851,55 ter zake van door geïntimeerde aan Bedrijf X verkochte aandelen Bedrijf Y. De advocaat van geïntimeerde houdt appellant, bestuurder van Bedrijf X, persoonlijk aansprakelijk voor de door Bedrijf X niet betaalde koopprijs voor de aandelen Bedrijf Y op grond van de tussen geïntimeerde en Bedrijf X gesloten koopovereenkomst.
De feitelijke grondslag van de onderhavige vordering van geïntimeerde is dat appellant Bedrijf X volgens geïntimeerde in een positie heeft gebracht zodanig dat Bedrijf X nooit de koopsom voor de aandelen Bedrijf Y zal kunnen betalen.
Bestuurdersaansprakelijkheid voor betalingsonmacht
Appellant heeft als bestuurder van Bedrijf X de zogenaamde Beklamelnorm geschonden doordat Bedrijf X een koopovereenkomst is aangegaan waarvan zij wist dat ze deze nooit zou kunnen nakomen. Door Bedrijf Y met inbegrip van dochter van Bedrijf A te verkopen of uit het vermogen van Bedrijf X te halen, heeft appellant Bedrijf X definitief in betalingsonmacht gebracht wat ook onrechtmatig is jegens geïntimeerde waardoor geïntimeerde is benadeeld. Appellant heeft de verkoop van Bedrijf Y ook geheim gehouden hetgeen niet alleen bedrog impliceert maar ook het onrechtmatig schenden van een mededelingsplicht.
Dit alles kan appellant volgens de advocaat van geïntimeerde persoonlijk worden verweten. Het bewust bewerkstelligen van een toestand die betaling van een schuld verhindert door overdracht van activa of het leeghalen van een vennootschap levert een onrechtmatige daad op van appellant. Volgens geïntimeerde is het handelen van appellant zodanig onzorgvuldig jegens geïntimeerde dat hem dit persoonlijk ernstig kan worden verweten en hij voor de schade als gevolg daarvan aansprakelijk kan worden gehouden, te weten de onbetaalde koopsom
Er wordt voldaan aan de vereisten voor aansprakelijkheid (artikel 6:162 BW) en ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW). Daarnaast doet [geïntimeerde] een beroep op artikel 2:256 BW (oud). Appellant had er volgens geïntimeerde een persoonlijk belang bij dat Bedrijf X nooit iets aan geïntimeerde zou gaan betalen, omdat hij de daarvoor benodigde middelen liever elders investeerde. Dit handelen in strijd met de tegenstrijdig belang regeling is volgens de advocaat van geïntimeerde in ieder geval in strijd met de redelijkheid en billijkheid en onrechtmatig jegens geïntimeerde die niets betaald heeft gekregen.
De advocaat van appellant heeft één grief opgeworpen. Volgens appellant maakt geïntimeerde hem in de onderhavige procedure dezelfde verwijten op de grondslag van hetzelfde feitencomplex als aan de orde was in het onherroepelijk geworden arrest. Door het instellen van dezelfde vordering in de onderhavige procedure maakt geïntimeerde bovendien misbruik van procesrecht, op grond waarvan appellant een daadwerkelijke proceskostenveroordeling vordert ten bedrage van € 28.571,72.
Misbruik van procesrecht?
Met betrekking tot de stelling van appellant dat geïntimeerde met de onderhavige procedure misbruik van procesrecht maakt op grond waarvan appellant aanspraak maakt op de daadwerkelijke proceskosten, oordeelt het hof als volgt.
Uit Hoge Raad, 29 juni 2007 (HR:2007:BA3516) en Hoge Raad, 6 april 2012, (HR:2012:BV7828) volgt dat pas sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM.
Naar het oordeel van het hof kan, mede in het licht van de ter zake passende terughoudendheid als hiervoor bedoeld, niet worden gezegd dat geïntimeerde op voorhand heeft moeten begrijpen dat haar in de onderhavige procedure ingenomen stellingen geen kans van slagen zouden hebben en dat zij om die reden, gelet op de wederzijdse belangen, misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om appellant opnieuw ter zake van deze kwestie in rechte te betrekken. Het beroep op misbruik van procesrecht faalt daarom.
Wilt u de hele uitspraak lezen? Klik dan hier.
Heeft u vragen over het procederen over ondernemingsrechtzaken, over de bestuurdersaansprakelijkheid of over misbruik van procesrecht, belt u dan gerust onze advocaat bedrijfsovername op 020-3980150.