De Hoge Raad heeft een belangrijke uitspraak gedaan op 21 april 2023 in een zaak omtrent bestuurdersaansprakelijkheid in faillissementen. De zaak (nummer 22/00221) betrof de faillissementen van diverse vennootschappen onder [D-groep], met de curator van deze vennootschappen als eiser en twee voormalige bestuurders van de groep, [R.] en [J.], als verweerders.

Het kernpunt in deze zaak was of de verweerders hoofdelijk aansprakelijk konden worden gesteld voor het tekort in de boedels van de failliete vennootschappen. Volgens de Nederlandse wetgeving kan de rechter de bestuurders van een failliet bedrijf hoofdelijk aansprakelijk stellen als er sprake is van ‘kennelijk onbehoorlijk bestuur’ dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De rechtbank heeft de vorderingen van de curator grotendeels toegewezen en verweerders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het gehele tekort in de boedels.

In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag bij tussenarrest een deskundige benoemd ter beantwoording van de vragen wat de oorzaak is of de oorzaken zijn van de faillissementen en, in het laatste geval, in welke mate elk van deze oorzaken heeft bijgedragen aan de faillissementen, alsmede in welke mate te voorzien was dat de oorzaak of oorzaken tot de faillissementen zouden leiden en wat verweerders hadden kunnen doen om de faillissementen te voorkomen.

Het gerechtshof oordeelde dat er voldoende aangetoond is dat er sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur en dat deze kennelijk onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van de faillissementen. Het gerechtshof veroordeelde de bestuurders tot het betalen van 10% van het niet te vereffenen tekort in de boedels. Deze beslissing werd genomen met inachtneming van de aard en ernst van de onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurders, andere oorzaken van het faillissement, de wijze van afwikkeling ervan, en de duur van hun dienstverband tijdens de periode van onbehoorlijk bestuur:

Alle omstandigheden in aanmerking nemende – waaronder de op zichzelf genomen geringe beloning van [R.] en [J.] (gedurende enkele jaren), het ontbreken van concrete aanwijzingen dat zij zich daadwerkelijk persoonlijk op grove/ontoelaatbare wijze hebben verrijkt en de beperkte winstgevendheid van de activiteit – bestaat aanleiding om de aansprakelijkheid te beperken tot 10% van het boedeltekort. (rov. 15 van het eindarrest)

De Hoge Raad kreeg in cassatie de vraag voorgelegd of de verantwoordelijkheid van de bestuurders inderdaad kon worden beperkt tot 10% van het tekort. Hierbij werd gekeken naar verschillende factoren zoals het limitatieve karakter van de matigingsfactoren in art. 2:248 lid 4 BW, de relatie tussen het boedeltekort en de schade veroorzaakt door onbehoorlijk bestuur, en de mate van verrijking van de bestuurders:

Het limitatieve karakter van de in art. 2:248 lid 4, eerste volzin, BW genoemde gronden voor matiging brengt mee dat het hof zijn oordeel niet kon baseren op “alle omstandigheden”. Voorts valt “de op zichzelf genomen geringe beloning van [R.] en [J.]” niet onder de gronden voor matiging als bedoeld in art. 2:248 lid 4 BW.

Als een bestuurder zijn taak onzorgvuldig heeft vervuld waardoor het bedrijf failliet gaat, zal hij het gehele tekort in de boedel uit eigen zak moeten betalen. De rechter kan dat bedrag matigen — maar daar zijn grenzen aan, oordeelt de Hoge Raad. Indien bestuurders geen persoonlijk voordeel hebben genoten als gevolg van de onbehoorlijke taakvervulling, kan dat in aanmerking worden genomen bij de beoordeling of de aard en ernst van de onbehoorlijke taakvervulling aanleiding tot matiging geeft. Omgekeerd ligt het voor de hand dat de rechter minder reden voor matiging ziet als blijkt dat de bestuurder van zijn onverantwoordelijk gedrag heeft geprofiteerd.

Wilt u de gehele uitspraak bekijken? Klik dan hier.

Heeft u een vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over de bestuurdersaansprakelijkheid, belt u dan gerust onze advocaat ondernemingsrecht op 020-7400521.

Wilt u meer weten over het ondernemingsrecht, bezoek dan onze website van ons advocatenkantoor. Klik dan hier.