Van onze advocaat ondernemingsrecht: bij een bedrijfsovername wordt vaak eerst een LOI (letter of intent) gesloten waarin de intenties staan van partijen. Soms gaat een LOI echter zo ver dat een rechter er al een overeenkomst in ziet, terwijl u dat zelf niet wil.
In een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 22 juni 2016 bepaalde de Rechtbank het volgende:
“De rechtbank is van oordeel dat wat GE c.s. mochten verwachten van hetgeen hen werd geleverd, wordt ingegeven door de intentieovereenkomst en de wijze waarop partijen daaraan uitvoering hebben gegeven. Voor de rechtsgevolgen van de overdracht beroepen immers beide partijen zich op de intentieovereenkomst. De intentieovereenkomst bevat bovendien – zoals DGS terecht heeft gesteld – de essentialia van de overdracht, terwijl niet is gesteld of is gebleken dat terzake tussen partijen een andersluidende mondelinge of schriftelijke overeenkomst tot stand is gekomen. Partijen verschillen echter van mening over hetgeen zij op grond van de intentieovereenkomst mochten verwachten, zodat deze overeenkomst moet worden uitgelegd.
Daarbij komt het volgens vaste rechtspraak niet alleen aan op een (zuiver) taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst, maar ook op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.”
U ziet dus dat indien een LOI alle essentialia van een overeenkomst bevat, deze kan worden opgevat als een volwaardige overeenkomst. Van belang daarbij is wat partijen van elkaar mochten verwachten. Overleg met onze advocaat ondernemingsrecht of u dat wilt. Bel 020- 7400521.