Onze advocaat ondernemingsrecht heeft hieronder een tiental arresten over bestuurdersaansprakelijkheid op een rijtje gezet, waarmee u uw voordeel kunt doen. Stel gerust gratis uw vraag hier over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

1.Kernarrest 1: Beklamel: norm bestuurdersaansprakelijkheid

Deze belangrijke norm voor bestuurdersaansprakelijkheid komt uit het arrest van de Hoge Raad van 6 oktober 1989:een bestuurder van een vennootschap handelt onrechtmatig jegens een schuldeiser, als hij namens die vennootschap verplichtingen is aangegaan, terwijl hij wist of redelijkerwijze moest begrijpen dat de vennootschap niet of niet binnen een redelijke termijn aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de schuldeiser op grond daarvan zou lijden’. Lees ook onze blog over dit arrest. Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

2. Kernarrest 2: Ontvanger/Roelofsen: maatstaf bestuurdersaansprakelijkheid

Belangrijk arrest van de Hoge Raad van 8 december 2006 met de norm voor bestuurdersaansprakelijkheid: Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de vennootschap mogelijk ook, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (i) namens de vennootschap heeft gehandeld dan wel (ii) heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. In beide gevallen mag in het algemeen alleen dan worden aangenomen dat de bestuurder jegens de schuldeiser van de vennootschap onrechtmatig heeft gehandeld waar hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening als bedoeld in art. 2:9 BW, een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Voor de onder (i) bedoelde gevallen is in de rechtspraak de maatstaf aanvaard dat persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van de vennootschap kan worden aangenomen wanneer deze bij het namens de vennootschap aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem ter zake van de benadeling geen persoonlijk verwijt gemaakt kan worden. In de onder (ii) bedoelde gevallen kan de betrokken bestuurder voor schade van de schuldeiser aansprakelijk worden gehouden indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

3. Kernarrest 3: Spaanse villa: maatstaf persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting

Belangrijk arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012 over aansprakelijkheid bestuurder anders dan voor tekortkoming of onrechtmatig handelen vennootschap: ‘….heeft het hof immers [eiser] aansprakelijk geoordeeld op de grond dat hij in strijd heeft gehandeld met een op hem persoonlijk rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens [verweerder] c.s., en niet op de grond dat hem als bestuurder het verwijt wordt gemaakt dat door zijn onbehoorlijke taakuitoefening de Vennootschap in strijd heeft gehandeld met een op haar rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens [verweerder] c.s. Voor een dergelijke aansprakelijkheid van een bestuurder – die niet een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder betreft, maar berust op een daarvan losstaande zorgvuldigheidsnorm – gelden de gewone regels van onrechtmatige daad. In het bijzonder is dan niet vereist dat de bestuurder een ernstig verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt. Dat geldt ook in een geval als het onderhavige, waarin de onrechtmatige gedragingen van de bestuurder in het maatschappelijk verkeer (tevens) als gedragingen van de vennootschap kunnen worden aangemerkt, zodat ook de vennootschap uit eigen hoofde op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk gehouden kan worden. Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

4. Tulip Air: welke norm voor bestuurdersaansprakelijkheid

In dit arrest van 5 september 2014 beantwoordt de Hoge Raad of de norm van het arrest Ontvanger/ Roelofsen of Spaanse villa moest worden toegepast. In casu kiest de Hoge raad voor de verzwaarde norm van het eerste arrest: ‘Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Een hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een derde wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen (vgl. HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959, NJ 2009/21).

Bestuurdersaansprakelijkheid is evenwel niet aan de orde in een geval als zich voordeed in het arrest HR 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881, NJ 2013/302 (Spaanse Villa). Dat arrest had niet betrekking op het handelen van de betrokkene bij zijn taakvervulling als bestuurder van een vennootschap, maar op de vraag of de betrokkene, optredend als deskundig bemiddelaar (dienstverlener), had gehandeld in strijd met een op hem in die hoedanigheid van deskundig bemiddelaar rustende zorgvuldigheidsnorm. Zoals vermeld in rov. 3.2.2 van genoemd arrest had het hof immers (in cassatie onbestreden) geoordeeld dat niet de vennootschap waarvan de betrokkene bestuurder was, maar de betrokkene zelf als bemiddelaar optrad. Voor toepassing van de verzwaarde maatstaf als hiervoor in 3.5.2 bedoeld, bestaan in een zodanig geval niet de aan het slot van 3.5.2 omschreven gronden.’ Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

5. RCI: Beklamel-norm voor bestuurdersaansprakelijkheid wordt strikt toegepast

Arrest van eveneens 5 september 2014 waaruit blijkt dat schuldeiser een lastige stelplicht en bewijslast heeft: Het verwijt dat in het onderhavige geval aan de bestuurder wordt gemaakt is dat hij namens de vennootschappen een verplichting is aangegaan – de verplichting tot het verstrekken van een eerste pandrecht aan RCI op de door deze gefinancierde auto’s –, waarvan hij wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschappen deze niet zouden kunnen nakomen. Anders dan het middel aanvoert, leidt ook een zodanig verwijt pas tot aansprakelijkheid van de bestuurder indien deze wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de schuldeiser als gevolg van het niet nakomen van de verplichting schade zou lijden. Het middel betoogt dat die schade in dit geval is gelegen in de gevolgen van het verkrijgen van een slechtere zekerheidspositie dan is overeengekomen. De enkele omstandigheid dat de schuldeiser, anders dan was overeengekomen, geen eerste maar een tweede pandrecht heeft verkregen, brengt evenwel nog niet mee dat hij dientengevolge schade lijdt. Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

6. Van de Ven: decharge en bestuurdersaansprakelijkheid

Arrest van de Hoge Raad van 10 januari 1997 van belang voor de reikwijdte van décharge: Voor aansprakelijkheid op de voet van artikel 2: 9 BW is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het betoog dat een uit de vaststelling van de jaarrekening voortvloeiende décharge zich ook uitstrekt tot hetgeen de aandeelhouders redelijkerwijs konden weten dan wel tot hetgeen waarop zij, mede gelet op de hun verstrekte informatie, bedacht konden zijn en dat dit laatste ook geldt voor een expliciete décharge is onjuist. Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

7. Berghuizer Papierfabriek: handelen in strijd met de statuten

Arrest van de Hoge Raad van 29 november 2002, waaruit wederom blijkt dat controle van het gedrag van een bestuurder aan de hand van de statuten van belang is: Voor aansprakelijkheid op de voet van art. 2:9 BW is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of van een ernstig verwijt sprake is, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. De omstandigheid dat gehandeld is in strijd met statutaire bepalingen die de rechtspersoon beogen te beschermen, moet in dit verband als een zwaarwegende omstandigheid worden aangemerkt, die in beginsel de aansprakelijkheid van de bestuurder vestigt. Indien de aldus aangesproken bestuurder echter feiten en omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat het gewraakte handelen in strijd met de statutaire bepalingen niet een ernstig verwijt oplevert, dient de rechter deze feiten en omstandigheden uitdrukkelijk in zijn oordeel te betrekken. Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.

8. Willemsen/NOM: Bestuurdersaansprakelijkheid jegens aandeelhouder

Arrest van de Hoge Raad welke norm geldt bij de aansprakelijkheid van een bestuurder jegens een aandeelhouder: In deze zaak gaat het echter niet om de aansprakelijkheid van de bestuurder tegenover de rechtspersoon die hij bestuurt, maar tegenover een individuele aandeelhouder. Het onderdeel stelt in wezen de vraag aan de orde of de voormelde norm voor interne aansprakelijkheid overeenkomstig heeft te gelden wanneer een individuele aandeelhouder een bestuurder aansprakelijk stelt voor de wijze waarop deze zijn bestuurstaken heeft uitgeoefend. Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord. Door een hoge drempel te aanvaarden voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover de door hem bestuurde vennootschap wordt mede het belang van die vennootschap en de daarmee verbonden onderneming gediend omdat daardoor wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen. Gezien de zelfgekozen betrokkenheid van individuele aandeelhouders bij de gang van zaken binnen de vennootschap, brengen de in art. 2:8 lid 1 BW bedoelde maatstaven van redelijkheid en billijkheid mee dat de hoge drempel van art. 2:9 BW overeenkomstig van toepassing is bij een door een individuele aandeelhouder tegen een bestuurder aanhangig gemaakte aansprakelijkheidsprocedure. Stel hier gratis uw vraag over bestuurdersaansprakelijkheid aan onze ondernemingsrecht advocaat of bel ons: 020-7400521.

9. Montedison: feitelijk beleidsbepaler en bestuurdersaansprakelijkheid

Vraag of artikel 2: 11 BW moet worden uitgebreid tot de feitelijk beleidsbepaler: Volgens art 2:11 rust de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is. Een verdere uitbreiding van de aansprakelijkheid tot degene die het beleid van de aansprakelijke rechtspersoon heeft bepaald of mede heeft bepaald, is in art. 2.11 niet gegeven. Weliswaar is in de art. 2:138 lid 7 en 2:248 lid 7, de in de eerste leden van die artikelen gegeven aansprakelijkheid van bestuurders van naamloze, onderscheidenlijk besloten, vennootschappen in geval van faillissement, uitgebreid tot degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, maar deze uitbreiding is daar uitdrukkelijk beperkt tot de toepassing van deze artikelen. Er is geen grond deze uitbreiding bij wege van analogie ook van toepassing te achten in de gevallen waarop art. 2:11 ziet. Stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521..

10. Advocaat ondernemingsrecht: bestuurdersaansprakelijkheid

Onze advocaat ondernemingsrecht heeft u hier een kort overzicht gegeven van een aantal belangrijke arresten van de Hoge Raad over bestuurdersaansprakelijkheid. Wij maken zelf als advocaten van ondernemers uiteraard ook jurisprudentie door onze zaken voor en tegen bestuurders. Maak gebruik van onze ruime ervaring en kennis en stel hier gratis uw vraag aan onze advocaat ondernemingsrecht over bestuurdersaansprakelijkheid of bel ons: 020-7400521.