Hieronder hebben wij een tiental belangrijke arresten van de afgelopen 10 jaar voor u op een rijtje gezet. Alle 10 belangrijke arresten voor de contractenrechtpraktijk. Neem gerust contact met ons op als u een vraag heeft.

Arrest 1: Hoe houdt u een claim tegen: klachtplicht.

Ploum/Smeets: Hoge Raad 25 maart 2011: een arrest over de klachtplicht van een koper. Artikel 7: 23 BW bepaalt dat een koper die klachten heeft over de kwaliteit van de geleverde zaak, die klachten binnen ‘bekwame tijd’ nadat hij het gebrek heeft ontdekt, aan de verkoper moet melden. Dit arrest is een aanvulling op het arrest Pouw/Visser van de Hoge Raad, waarin onder andere werd bepaald dat een koper de uitslag van een onderzoek mag afwachten. In Ploum/Smeets bepaalt de Hoge Raad dat de onderzoeks- en klachtplicht van de koper niet los kunnen worden gezien van de aard van de gekochte zaak en overige omstandigheden. Hoe ingewikkelder een onderzoek, hoe meer tijd een koper mag nemen. Heeft u een vraag over de klachtplicht stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 2: Hoe weerlegt u een beroep op algemene voorwaarden?

Firts Data/ KPN Hotspots: Hoge Raad 11 februari 2011. Hierin beantwoordt de Hoge Raad de vraag of het feit dat algemene voorwaarden op internet met een zoekopdracht kunnen worden gevonden, voldoende is om te voldoen aan de eis dat algemene voorwaarden ter hand moeten worden gesteld (lees hierover bij de afdeling ‘algemene voorwaarden). Het antwoord van het Hof en de Hoge Raad is ‘neen’. Past u dus op als u algemene voorwaarden gebruikt. Heeft u een vraag over algemene voorwaarden stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 3: Zorgplicht van de bank

Fortis/ Bourgonje: Hoge Raad 24 december 2010. Een arrest over de zorgplicht van een bank. Bourgonje verkoopt zijn bedrijf aan Predictive en krijgt aandelen Predictive. Na de lockup periode verkoopt Bourgonje zijn aandelen niet, terwijl deze van $ 40 naar $ 2 dalen. Hij stelt Fortis voor 13 miljoen aansprakelijk. Het Hof wijst de vordering toe, maar de Hoge Raad vernietigt dit arrest. De Hoge Raad bevestigt de zorgplicht van Fortis, zelfs bij een eigenzinnige belegger, maar het Hof had onvoldoende gedaan met de stelling van Fortis dat Bourgonje beter dan Fortis op de hoogte was van de waarde van de aandelen en insiderkennis had. In dit arrest is ook een interessante overweging over ‘proportionele aansprakelijkheid’. Heeft u een vraag over de zorgplicht van een bank, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 4: Aansprakelijkheid ondergeschikte

Koeman/ Sijm: Hoge Raad 18 juni 2010: Koeman heeft het bedrijf van De Wit opdracht gegeven een bloembollenveld te bespuiten. Daardoor is de penenoogst van de buurman afgekeurd. Deze buurman stelt Koeman en De Wit aansprakelijk. Het Hof heeft Koeman veroordeeld om 72 K te betalen. Koeman blijkt zelf het bestrijdingsmiddel te hebben uitgekozen, dit zelf te hebben ingekocht en te hebben beslist over het aantal liters dat nodig was. Het Hof en Hoge Raad vinden, omdat er verwevenheid was in het handelen van Koeman en De Wit, dat Koeman op grond van artikel 6: 171 BW (aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikte) aansprakelijk was voor de schade. Heeft u een vraag over de aansprakelijkheid van een niet-ondergeschikte, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 5: Hoe kunt u de winst van een tegenpartij afpakken?

Setel/ AVR Holding: Hoge Raad 18 juni 2010: arrest (met Ymere-arrest) over een interessant artikel 6: 104 BW: Indien iemand die op grond van onrechtmatige daad of een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis jegens een ander aansprakelijk is, door die daad of tekortkoming winst heeft genoten, kan de rechter op vordering van die ander de schade begroten op het bedrag van die winst of op een gedeelte daarvan. Het artikel biedt de rechter derhalve de mogelijkheid de schade te begroten op het bedrag van de genoten winst. In het Setel-arrest ging het om een onrechtmatige verhoging van een tarief op de Curaçaose telefoniemarkt. De Hoge Raad heeft een ruim winstbegrip: ‘ieder financieel voordeel dat de schuldenaar door zijn onrechtmatig handelen of tekortkoming heeft genoten. Het artikel 104 en dit arrest bieden u veel mogelijkheden om ‘winst af te pakken’. Heeft u een vraag over een vordering tot winstafdracht, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 6: Schijn van volmachtverlening

ING/Bera: arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2010. Arrest over onbevoegde vertegenwoordiging en de schijn van volmachtverlening. Berner is als enige bevoegd Bera Holding te vertegenwoordigen, maar zijn verzoek worden afschriften van een ING-rekening naar Ramkalup gestuurd. Ramkalup boekt 210K van de rekeningen af; Berner stelt ING hiervoor aansprakelijk en ING verweert zich met de stelling dat Bera de schijn van volmachtverlening heeft gewekt. Het Hof stelt dat de ING slechts onder ‘zeer bijzondere omstandigheden’ en beroep op de schijn van volmachtverlening kan doen, maar de Hoge Raad is het daar niet mee eens. Het kan ook zijn dat bepaalde feiten voor risico van Bera kwamen, waaruit naar verkeersopvatting de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Heeft u een vraag over vertegenwoordiging van een niet-ondergeschikte, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 7: Onderzoekplicht koper onroerend goed

Van Dalfsen/Gemeente Kampen: arrest van de Hoge Raad van 14 november 2008. Over non-conformiteit en mededelings- en onderzoek plicht van verkoper en koper. Van Dalfsen koopt monument van de gemeente Kampen. Bij de bouwaanvraag wordt hij bijgestaan door een architect en moet hij constructieberekeningen inleveren. Na het tekenen van de koopovereenkomst meldt een door Van Dalfsen ingeschakelde deskundige dat de constructie niet voldoet aan de bestemming. Van Dalfsen weigert af te nemen en de Gemeente vordert het verschil in koopprijs als schade. Het Hof veroordeelt Van Dalfsen en de Hoge Raad laat dit arrest in stand. Daarbij overweegt zij dat in het algemeen ook aan een onvoorzichtige koper niet kan worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht als de verkoper zijn mededelingsplicht heeft geschonden. Heeft u een vraag over de mededelings- en onderzoek plicht van verkoper en koper bij non conformiteit, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 8: Schadeclaim

Brandstichting Frieslandhal: arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008. Kinderen stichten brandje waardoor veemarktcomplex in Leeuwarden afbrandt. Ouders zijn aansprakelijk. Vraag is welke inkomensschade moet worden vergoed. Hof heeft inkomensschade doordat eiser geen nieuwe gunstige huurovereenkomst heeft kunnen sluiten afgewezen. Hoge Raad vindt dat dit de ouders wel kan worden toegerekend. Deze inkomensschade staat in condicio sine qua non-verband en is een voorzienbaar gevolg van de brand. Dit arrest is van belang voor u voor de omvang van een schadeclaim. Heeft u een vraag over de hoogte van een schadeclaim, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.

Arrest 9: Uitleg koopovereenkomst

De Rooij/ Van Olphen: arrest van de Hoge Raad van 23 december 2005 over de uitleg van een standaard NVM-beding in een koopovereenkomst onroerende zaak. Koper koopt pand in Bloemendaal voor 2.2 mio en mag pand niet slopen. Hoge Raad gebruikt Haviltex-criterium en stelt dat onder ‘normaal gebruik’ (dat een koper van de gekochte zaak mag verwachten) in beginsel niet sloop valt. Feit dat in koopakte is opgenomen dat koper voornemens is het pand te gebruiken als bouwperceel, brengt niet mee dat verkoper ervoor instaat dat sloop mogelijk is. Heeft u een vraag over de uitleg van een koopovereenkomst, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521..

Arrest 10: Afgebroken onderhandelingen

CBB/JPO: arrest van Hoge Raad van 12 augustus 2005 over afgebroken onderhandelingen. In Plas/Valburg onderscheidde de Hoge Raad drie fasen waarin de vrijheid om uit onderhandelingen te stappen steeds meer afnam. JPO zou in deze casus trachten grond te verwerven voor CBB van de gemeente Arnhem. Na een jaar stelt CBB geen samenwerking meer te willen en CBB claimt schade; JPO stelt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen. De Hoge Raad legt een streng criterium aan: als maatstaf bij onderhandelingen geldt dat ieder van de onderhandelende partijen vrij is de onderhandelingen af te breken tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen, onaanvaardbaar zou zijn. Bij claims wegens afgebroken onderhandelingen geldt dus: bezint eer ge begint!

Heeft u een vraag over deze arresten, stel deze dan hier aan onze advocaat ondernemingsrecht of bel ons direct: 020-7400521.